ECLI:NL:RBALM:1999:AF0071
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot definitieve schuldsanering wegens strijd met goede trouw
De rechtbank Almelo heeft op 21 februari 1999 uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker, eigenaar van een discotheek, een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling had ingediend. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen omdat de ondernemingsschulden geheel of gedeeltelijk in strijd met de goede trouw zijn aangegaan of onbetaald zijn gebleven.
Uit het onderzoek van de bewindvoerder bleek dat verzoeker als ondernemer nagelaten heeft een adequate administratie te voeren en de benodigde boeken en bescheiden zodanig te bewaren dat zijn rechten en verplichtingen te allen tijde gekend konden worden. De beschikbare boekhouding gaf onvoldoende inzicht in de vermogenspositie, wat ook voor verzoeker het geval moet zijn geweest toen hij nieuwe schulden aanging en onbetaald liet.
Daarnaast werd vastgesteld dat verzoeker onbetaalde reguliere ondernemingsschulden had terwijl hij onverplichte betalingen deed aan de 'Enschedese onderwereld', betalingen die niet in de boekhouding waren opgenomen en niet verifieerbaar waren. De rechtbank oordeelde dat dit handelen in strijd was met de goede trouw en dat verzoeker zijn onderneming had moeten staken als hij zonder deze betalingen niet kon voortzetten.
De rechtbank stelde tevens de kosten van de bewindvoerder en publicatiekosten vast en bracht deze ten laste van verzoeker. Daarmee werd het verzoek tot definitieve schuldsanering afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot definitieve schuldsanering wordt afgewezen wegens strijd met de goede trouw.