ECLI:NL:RBALM:1999:AB0229
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Lemain
- Jue
- Dam
- Rechtspraak.nl
Geschil over verdeling gemeenschap van goederen na echtscheiding en verrekening van vermogensbestanddelen
Partijen zijn in 1969 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden buiten gemeenschap van goederen. Na beëindiging van de echtelijke relatie in 1995 en echtscheiding in 1996 ontstond een geschil over de verdeling van de gemeenschappelijke woning, verrekening van hypothecaire lasten, een lening aan hun zoon en de inboedel.
Eiseres vordert onder meer toedeling van de woning aan gedaagde tegen betaling van de helft van de overwaarde, vergoeding van een bedrag dat door verhoging van de hypotheek op de rekening van gedaagde is gestort, verrekening van een lening aan de zoon en toedeling van inboedelzaken of een geldbedrag. Gedaagde voert verweren aan zoals het einde van de verrekenplicht bij vertrek van eiseres uit de woning, verjaring van vorderingen, aanwending van hypotheekverhoging voor belastingschulden en betwist dat lening uit gemeenschappelijk vermogen is gefinancierd.
De rechtbank constateert onduidelijkheid over de precieze grondslag van de vordering in reconventie en gelast een comparitie om nadere toelichting te verkrijgen en een mogelijke schikking te beproeven. Tevens wordt bepaald dat hoger beroep pas mogelijk is samen met het eindvonnis. De zaak wordt verwezen naar een civiele zitting voor comparitie.
De uitspraak betreft een tussenbeschikking waarin de procedure wordt voortgezet en verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank gelast een comparitie en houdt verdere beslissing aan; hoger beroep is pas mogelijk samen met het eindvonnis.