ECLI:NL:RBALK:2012:BZ6069
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot voeging in verzetzaken met dezelfde partij
In deze civiele procedure zijn twee verzetzaken aan de orde waarin [Z] als eisende partij optreedt tegen verschillende gedaagden. [Z] heeft een incidentele vordering tot voeging van deze zaken ingediend, stellende dat deze verknocht zijn. De rechtbank beoordeelt deze vordering en wijst deze af.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke grondslag voor voeging van een derde partij (artikel 217 Rv Pro) niet van toepassing is, omdat [Z] in beide zaken partij is. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van verknochtheid zoals bedoeld in artikel 222 Rv Pro. Beide zaken betreffen afzonderlijke verzetprocedures tegen verstekvonnissen waarbij [Z] telkens als eisende partij optreedt.
De rechtbank veroordeelt [Z] in de proceskosten van het incident en bepaalt een bedrag van €175,- voor het salaris van de gemachtigde van de tegenpartij. Tevens wordt een termijn gesteld voor schriftelijke repliek in oppositie en reconventie. Het vonnis is gewezen door kantonrechter J.H. Gisolf en op 10 december 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot voeging wordt afgewezen en [Z] wordt veroordeeld in de proceskosten van €175,-.