ECLI:NL:RBALK:2012:BZ6069

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
10 december 2012
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
413058 \ CV EXPL 12-3288
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 217 RvArt. 222 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing incidentele vordering tot voeging in verzetzaken met dezelfde partij

In deze civiele procedure zijn twee verzetzaken aan de orde waarin [Z] als eisende partij optreedt tegen verschillende gedaagden. [Z] heeft een incidentele vordering tot voeging van deze zaken ingediend, stellende dat deze verknocht zijn. De rechtbank beoordeelt deze vordering en wijst deze af.

De rechtbank stelt vast dat de wettelijke grondslag voor voeging van een derde partij (artikel 217 Rv Pro) niet van toepassing is, omdat [Z] in beide zaken partij is. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van verknochtheid zoals bedoeld in artikel 222 Rv Pro. Beide zaken betreffen afzonderlijke verzetprocedures tegen verstekvonnissen waarbij [Z] telkens als eisende partij optreedt.

De rechtbank veroordeelt [Z] in de proceskosten van het incident en bepaalt een bedrag van €175,- voor het salaris van de gemachtigde van de tegenpartij. Tevens wordt een termijn gesteld voor schriftelijke repliek in oppositie en reconventie. Het vonnis is gewezen door kantonrechter J.H. Gisolf en op 10 december 2012 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vordering tot voeging wordt afgewezen en [Z] wordt veroordeeld in de proceskosten van €175,-.

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR
Sector Kanton - locatie Hoorn
Zaaknr/rolnr.: 413058 \ CV EXPL 12-3288 BL
Uitspraakdatum: 10 december 2012
Incidenteel vonnis in de zaak van:
1. [naam]
2. [naam]
beiden wonend te [plaats]
opposanten in conventie, eisende partijen in reconventie in de hoofdzaak / gedaagde partijen in het incident
verder ook te noemen: [X en Y]
gemachtigde: mr. S.A. Lala-Bhagwandien, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer
tegen
[naam], h.o.d.n. [naam]
wonend en zaakdoend te [plaats]
geopposeerde in conventie, gedaagde partij in reconventie in de hoofdzaak / eisende partij in het incident
verder ook te noemen: [Z]
gemachtigde: mr. A. Bakker, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden
Het procesverloop
in de hoofdzaak en in het incident
1. [X en Y] zijn bij dagvaarding van 2 augustus 2012 in verzet gekomen tegen het op 18 juni 2012 tussen partijen uitgesproken verstekvonnis onder zaaknr/rolnr. 401308 CV EXPL 12-1744, en hebben tegen de vordering van [Z] verweer gevoerd. Tevens hebben [X en Y] bij deze verzetdagvaarding een vordering in reconventie ingesteld.
2. [Z] heeft een incidentele conclusie tot voeging genomen. Tegelijkertijd heeft [Z] in de hoofdzaak gediend van antwoord in oppositie en antwoord in reconventie.
3. Vervolgens hebben [X en Y] een incidentele conclusie van antwoord genomen.
4. De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast. Ten slotte is vandaag uitspraak bepaald.
Het incident en de beoordeling daarvan
5. In de hoofdzaak heeft [Z] bij dagvaarding van 12 april 2012 betaling gevorderd van een bedrag van € 9.082,91 van [X en Y], vermeerderd met verdere rente en veroordeling van [X en Y] in de proceskosten. Bij verzetdagvaarding van 2 augustus 2012 vorderen [X en Y] hen te ontheffen van het tegen hen uitgesproken verstekvonnis, met veroordeling van [Z] in de kosten van dit verzet.
In reconventie vorderen [X en Y] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, betaling door [Z] van € 2.849,10, vermeerderd met wettelijke rente en veroordeling van [Z] in de proceskosten.
6. In het incident vordert [Z] voeging van de onderhavige hoofdzaak met de zaak met zaaknr/rolnr. 415589 CV EXPL 12-3684 (verzetzaak tegen het op 18 juni 2012 uitgesproken verstekvonnis onder rolnr. 12-1745). [X en Y] verzetten zich tegen deze voeging.
7. De zaak waarmee [Z] de onderhavige hoofdzaak wil voegen is een (verstek)zaak tussen [Z] en de besloten vennootschap [A], waarbij [Z] als eisende partij optrad. De incidentele vordering tot voeging van [Z] is gebaseerd op artikel 217 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Die bepaling ziet echter op voeging van een derde in een tussen andere partijen aanhangig geding. Daarvan is geen sprake en kan ook geen sprake zijn, omdat [Z] in beide zaken partij is. Alleen al op grond daarvan moet de incidentele vordering worden afgewezen.
8. Voor zover [Z] bedoelt te vorderen voeging van de zaken wegens verknochtheid als bedoeld in artikel 222 Rv Pro dan wordt dit eveneens afgewezen, omdat een dergelijke verknochtheid onvoldoende is onderbouwd. Te meer omdat het beide verzetzaken betreft van zaken waarin [Z] als eisende partij optrad en waarin hij de gedaagde partijen in afzonderlijke procedures heeft gedagvaard.
9. [Z] krijgt in ongelijk en wordt daarom veroordeeld in de proceskosten in het incident.
De beslissing
De kantonrechter:
In het incident:
Wijst de vordering af.
Veroordeelt [Z] in de proceskosten, die tot heden voor [X en Y] worden vastgesteld op een bedrag van € 175,00 voor salaris van de gemachtigde van [X en Y].
In de hoofdzaak:
Bepaalt, dat [X en Y] vóór of uiterlijk op de openbare civiele terechtzitting (rolzitting) van maandag 21 januari 2013 te 11.00 uur (schriftelijk) kunnen repliceren in oppositie en in reconventie.
Verlenging van deze termijn wordt in beginsel niet verleend.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 10 december 2012 in het openbaar uitgesproken.