ECLI:NL:RBALK:2012:BY8422
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verbindendheid van de Verordening Reclamebelasting 2010 gemeente Hoorn bevestigd
De zaak betreft de vraag of de Verordening Reclamebelasting 2010 en de bijbehorende tarieventabel van de gemeente Hoorn verbindende kracht hebben. Eiseres, een naamloze vennootschap, betwistte de aanslag reclamebelasting opgelegd door de gemeente Hoorn en voerde onder meer aan dat de belasting in feite een subsidie betreft en dat er sprake is van verboden delegatie van bevoegdheid.
De rechtbank overweegt dat de gemeenteraad bevoegd is reclamebelasting in te voeren en dat de Verordening 2010 niet in strijd met de wet is vastgesteld. De stelling dat het initiatief van ondernemers zou leiden tot détournement de pouvoir wordt verworpen. Verder oordeelt de rechtbank dat de besteding van de opbrengst aan een lokale ondernemersstichting niet afdoet aan de verbindende kracht van de verordening.
Ook het argument dat de tariefdifferentiatie onrechtvaardig zou zijn, wordt verworpen. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is geoordeeld dat een algemene belasting niet afhankelijk is van het profijt dat individuele ondernemers ervan hebben. De vermeende schending van het gelijkheidsbeginsel en de stelling dat de stichting LOF als bestuursorgaan moet worden aangemerkt, worden eveneens verworpen.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst de aanslag reclamebelasting van de gemeente Hoorn toe. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verbindende kracht van de Verordening Reclamebelasting 2010.