ECLI:NL:RBALK:2012:BY1193
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs medeplegen zware mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van zware mishandeling (marteling) die de dood van het slachtoffer tot gevolg had, wederrechtelijke vrijheidsberoving, betrokkenheid bij invoer en opslag van een grote partij hasj, en bedreiging. De feiten dateren uit de periode eind 2004 tot januari 2005. Verdachte werd onder meer verweten het slachtoffer te hebben gemarteld en vastgehouden in een woning in Roosendaal.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte medepleger was van de zware mishandeling en de dood van het slachtoffer. Verdachte was wel aanwezig bij het vervoer en ondervraging van het slachtoffer, maar er was geen bewijs van een initiërende of leidende rol bij het letsel. Ook werd verdachte vrijgesproken van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, invoer en opslag van hasj, en bedreiging, waarbij een deel van de tenlastelegging nietig werd verklaard wegens onvoldoende feitelijke omschrijving.
De verdediging voerde onder meer aan dat de dagvaarding partieel nietig was en dat verklaringen van medeverdachten zonder advocaat niet gebruikt mochten worden. De rechtbank verwierp deze verweren, maar stelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen wegens de vrijspraak. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van medeplegen van zware mishandeling, wederrechtelijke vrijheidsberoving, betrokkenheid bij hasj en bedreiging.