ECLI:NL:RBALK:2012:BY0103
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Kantonrechter wijst vordering achterstallig loon werknemer met nulurencontract af
Werknemer heeft een nulurencontract bij werkgever en stelt dat hij gemiddeld 100 uren per maand werkt, waardoor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou zijn ontstaan. Hij vordert betaling van achterstallig loon over ziekteperiode en daarna, en voortzetting van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter stelt vast dat er slechts twee arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd zijn geweest, zodat geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. Uit loonstroken blijkt dat het gemiddelde aantal gewerkte uren lager is dan 100, namelijk 92,35 uur per maand, en dat werknemer is betaald naar daadwerkelijk gewerkte uren. De loonvordering wordt daarom afgewezen, behalve een bedrag van €408,09 netto dat nog verschuldigd is.
Voor de periode van arbeidsongeschiktheid kent de kantonrechter werknemer 70% van het salaris toe op basis van het vastgestelde gemiddelde aantal uren, onder aftrek van reeds betaalde bedragen. De vordering tot voortzetting van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen, omdat het tweede contract is geëindigd en geen derde contract rechtsgeldig is gesloten. Proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de loonvordering grotendeels af en veroordeelt werkgever tot betaling van een deel van het achterstallige salaris over de ziekteperiode.