ECLI:NL:RBALK:2012:BX8758
Rechtbank Alkmaar
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gegrond verklaard tegen afwijzing inbewaringstelling wegens mensenhandel en seksuele uitbuiting
De zaak betreft een hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen de beslissing van de rechter-commissaris die de vordering tot inbewaringstelling van verdachte wegens verdenking van mensenhandel en seksuele uitbuiting van twee slachtoffers in de periode april 2007 tot maart 2008 had afgewezen. De verdachte wordt ervan verdacht vrouwen te hebben verleid tot prostitutie, hen te hebben uitgebuit, mishandeld en bedreigd, waarbij sprake was van dwang, geweld en misbruik van een kwetsbare positie.
De rechtbank stelt vast dat het onderzoek in Alkmaar losstaat van een soortgelijke zaak in Amsterdam, waar verdachte eerder in voorarrest zat. De rechter-commissaris had de inbewaringstelling afgewezen op grond van artikel 67a lid 3 Sv wegens vermeende verwevenheid tussen de zaken, maar de rechtbank oordeelt dat deze verwevenheid onvoldoende is aangetoond. Het Openbaar Ministerie heeft volgens de rechtbank niet misbruik gemaakt van zijn bevoegdheid door de vordering tot inbewaringstelling in Alkmaar in te stellen.
De rechtbank acht het belang van vrijheidsbeneming evident vanwege de ernst van de feiten, de noodzaak tot onderzoek, het vluchtgevaar en het risico dat verdachte zich aan berechting onttrekt. De rechtbank vernietigt daarom de beschikking van de rechter-commissaris en beveelt een bevel tot bewaring voor veertien dagen.
De procedure werd behandeld in raadkamer op 20 september 2012, waarbij de officier van justitie en de raadsvrouw van verdachte zijn gehoord. De rechtbank baseert haar oordeel op de ernst van de verdenkingen, de omstandigheden van de slachtoffers en de noodzaak van voortgezet onderzoek.
De rechtbank benadrukt dat de toepassing van artikel 67a lid 3 Sv vereist dat de voorlopige hechtenis waarschijnlijk langer zal duren dan de op te leggen straf in dezelfde zaak, hetgeen hier niet het geval is omdat het om verschillende feitencomplexen met verschillende slachtoffers gaat.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Openbaar Ministerie wordt gegrond verklaard en een bevel tot bewaring voor veertien dagen wordt bevolen.