ECLI:NL:RBALK:2012:BX8527
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing conservatoir beslag onder voorwaarde betekening verlengingsbeschikkingen
In deze zaak staat de vraag centraal of het conservatoir beslag dat op 2 mei 2012 door [gedaagden] is gelegd op de vermogensbestanddelen van [eiser] opgeheven moet worden. [eiser] vordert opheffing van het beslag omdat zij stelt dat de vorderingen waarop het beslag is gelegd reeds zijn afgewezen in een bodemprocedure en omdat de eis in de hoofdzaak niet tijdig is ingesteld.
De voorzieningenrechter overweegt dat de beslaglegging niet onrechtmatig is omdat de vordering van [gedaagden] op [eiser] nog steeds erkend wordt en dat er geen zekerheid is gesteld zoals overeengekomen in een vaststellingsovereenkomst uit 2009. Hoewel [gedaagden] geen bewijs overleggen van de verlengingsbeschikkingen, gaat de rechter voorlopig uit van hun juistheid, met de voorwaarde dat deze binnen een week aan de advocaat van [eiser] worden betekend.
De rechtbank wijst de vordering van [eiser] tot opheffing van het beslag af, maar compenseert de proceskosten. Tevens is gebleken dat [gedaagden] bereid zijn om in overleg rekening te houden met de belangen van [eiser] omtrent de verkoop van percelen waarop het beslag rust.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.H. Schotman van de Rechtbank Alkmaar op 27 september 2012.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen onder voorwaarde van betekening van verlengingsbeschikkingen binnen een week.