ECLI:NL:RBALK:2012:BW7789
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid arts bij vertraging herniaoperatie en deskundigenrapport onduidelijkheid
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de vertraging in de doorverwijzing van eiser naar een neuroloog en de daaropvolgende herniaoperatie heeft geleid tot een slechtere prognose en daarmee aansprakelijkheid van de arts. Eiser stelt dat bij een eerdere operatie zijn herstelkansen beter zouden zijn geweest.
De rechtbank baseert zich op een deskundigenbericht van dr. E. Oosterhoff, waarin wordt aangegeven dat het moeilijk is om een reële uitspraak te doen over het herstel bij een eerdere verwijzing. Hoewel het adagium 'hoe eerder, hoe beter' geldt, is het onmogelijk om exact te bepalen in hoeverre de vertraging het functieverlies heeft beïnvloed. De deskundige wijst op de complexiteit van de medische situatie en de inconsistenties in de medische gegevens.
De rechtbank constateert een schijnbare tegenstrijdigheid in het rapport: enerzijds wordt gesteld dat geen reële uitspraak mogelijk is, anderzijds vermeldt een voetnoot dat bij vroege verwijzing de kans op motorische uitval 25 tot 50 procent lager zou zijn geweest. De rechtbank verzoekt daarom om een nadere schriftelijke toelichting van de deskundige om deze tegenstrijdigheid te verduidelijken.
Totdat het nadere deskundigenbericht is ontvangen, worden verdere beslissingen aangehouden. De rechtbank bepaalt tevens een voorschot op de kosten van het nader deskundigenbericht en regelt de procedure voor de vervolgreacties van partijen.
De uitspraak is gedaan door mr. L.J. Saarloos, mr. J.S. Reid en mr. M.S. Lamboo op 18 april 2012.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor nadere toelichting van de deskundige over de tegenstrijdigheden in het rapport.