ECLI:NL:RBALK:2012:BW5450
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.A. Swildens
- T. Luigjes
- W.P. van der Haak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde bedrijfsobject en bedrijfswoning met correctie op bezwaar
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarden van zijn bedrijfsobject en bedrijfswoning voor het belastingjaar 2011. De rechtbank constateert dat verweerder onvoldoende is ingegaan op de bezwaargronden van eiser, wat een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsplicht inhoudt. Daarom wordt de bestreden uitspraak op bezwaar vernietigd.
De rechtbank beoordeelt vervolgens zelf de WOZ-waarde van het bedrijfsobject aan de hand van marktgegevens en een taxatierapport. Hierbij wordt de huurwaardekapitalisatiemethode toegepast, waarbij de waarde wordt afgeleid uit de bruto huurwaarde en een kapitalisatiefactor. De rechtbank acht het referentieobject als voldoende vergelijkbaar en concludeert dat de voorgestelde waarde van €2.755.000 marktconform is. De door verweerder gehanteerde huurwaarde en leegstandsrisico worden als redelijk beoordeeld.
Ten aanzien van de bedrijfswoning oordeelt de rechtbank dat de gehanteerde referentiewoning voldoende vergelijkbaar is en dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De door eiser aangevoerde overlast en staat van onderhoud zijn onvoldoende onderbouwd om een lagere waarde te rechtvaardigen. De rechtbank kent geen proceskostenvergoeding toe aan eiser vanwege diens deskundigheid, maar gelast wel vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: WOZ-waarde bedrijfsobject vastgesteld op €2.755.000, WOZ-waarde bedrijfswoning gehandhaafd, griffierecht vergoed.