ECLI:NL:RBALK:2012:BW4984
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag en schending zorgplicht werkgever
Werkneemster was sinds 1984 in dienst bij Penta en kampte met psychische beperkingen, waarvoor zij een Wao-uitkering ontving. Na een langdurige ziekteperiode en een mediationtraject werd zij per 1 september 2008 weer aan het werk gezet, maar viel zij op 15 oktober 2008 opnieuw uit. Werkneemster stelde dat Penta tekort was geschoten in haar re-integratieverplichtingen en dat het ontslag kennelijk onredelijk was.
De rechtbank stelde vast dat partijen over de periode tot september 2008 finale kwijting waren overeengekomen na betaling van een schadevergoeding. Over de periode van september tot oktober 2008 erkende de rechtbank dat Penta tekort was geschoten in de begeleiding, maar werkneemster had onvoldoende onderbouwd dat dit tot haar uitval had geleid. Na oktober 2008 was werkneemster volledig arbeidsongeschikt, zonder dat zij kon aantonen dat Penta haar re-integratieverplichtingen niet was nagekomen met nadelige gevolgen.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was, mede gelet op de leeftijd, duur van het dienstverband en financiële gevolgen. De vorderingen op grond van schending van zorgplicht en goed werkgeverschap werden eveneens afgewezen. Werkneemster werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van werkneemster af wegens finale kwijting en onvoldoende onderbouwing van schending zorgplicht en kennelijk onredelijk ontslag.