ECLI:NL:RBALK:2012:BW3267
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C. Haverkate
- L.J. Saarloos
- G.D.M. Hoedemaker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens schending redelijke termijn en procesorde in Diergeneesmiddelenwetzaak
Verdachte werd verdacht van medeplegen van meerdere opzettelijke overtredingen van de Diergeneesmiddelenwet tussen oktober 2006 en oktober 2007. De vervolging begon met een doorzoeking op 2 oktober 2007, gevolgd door verhoren en onderzoek dat tot mei 2008 duurde. Na een lange procedurele periode, met onder meer een regiezitting in augustus 2010 en een uiteindelijke inhoudelijke behandeling op 3 april 2012, werd het verweer gevoerd dat de redelijke termijn was overschreden.
De raadsman voerde aan dat de vervolging niet alleen meer dan dertig maanden te lang duurde, maar ook dat het openbaar ministerie meerdere toezeggingen had gedaan over de voortgang die niet werden nagekomen. Diverse schriftelijke communicatie toonde dat de zaak op dagvaarden stond, maar de zittingen werden uitgesteld zonder duidelijke redenen, wat leidde tot ernstige procesonregelmatigheden.
De rechtbank concludeerde dat er sprake was van een buitensporige schending van de redelijke termijn en een ernstige schending van de beginselen van een goede procesorde. Hierdoor werd het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte. Dit vonnis werd gewezen door drie rechters, waarbij één rechter niet kon ondertekenen.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn en schending van de procesorde.