ECLI:NL:RBALK:2012:BW2286
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.B. Littooy
- I.M. Nusselder
- A.J.M. van Roy
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bijstandsfraude door het verzwegen van gezamenlijke huishouding
De rechtbank Alkmaar heeft op 6 april 2012 uitspraak gedaan in een zaak waarin de verdachte werd beschuldigd van bijstandsfraude. De verdachte had in de periode van 1 januari 2005 tot en met 1 november 2010 opzettelijk nagelaten de gemeente Koggenland te informeren over het feit dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met haar echtgenoot, wat van belang was voor de vaststelling van haar recht op bijstand.
De Sociale Recherche voerde onderzoek uit naar de woonsituatie en sprak diverse getuigen die bevestigden dat de echtgenoot van de verdachte op het adres te Obdam verbleef en dat zij een gezamenlijke huishouding voerden. De verdachte ontkende aanvankelijk, maar haar verklaring bij de Sociale Recherche werd door de rechtbank als betrouwbaar beschouwd. De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte de gemeente niet correct had geïnformeerd, terwijl zij wist dat deze informatie relevant was.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van het verzwegen van bankrekeningen, omdat onvoldoende bewijs was dat zij deze bewust had verzwegen. De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit en de lange duur van de fraude, maar ook met het feit dat de bewezenverklaring korter was dan door het Openbaar Ministerie gesteld. De verdachte werd veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 240 uur, met vervangende hechtenis van 120 dagen bij niet-naleving.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een werkstraf van 240 uur wegens bijstandsfraude.