ECLI:NL:RBALK:2012:BW2255
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.B. Littooy
- I.M. Nusselder
- A.J.M. van Roy
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk profiteren van bijstandsfraude door gezamenlijke huishouding
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk profiteren van voordeel uit bijstandsfraude gepleegd door zijn echtgenote, met wie hij een gezamenlijke huishouding voerde op een adres te Obdam. De rechtbank oordeelde dat de verdachte in de periode van 1 januari 2005 tot en met 1 november 2010 zijn hoofdverblijf had op dat adres en bewust voordeel trok uit de bijstandsuitkering die zijn echtgenote ontving.
De officier van justitie stelde dat de verdachte wist van de verzwijging van de gezamenlijke huishouding door zijn echtgenote aan de gemeente Koggenland en dat hij daardoor onrechtmatig voordeel had genoten. De verdediging voerde aan dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat sprake was van een gezamenlijke huishouding en dat de verdachte voordeel had getrokken. De rechtbank achtte het bewijs, waaronder verklaringen van buren en doorzoekingen, overtuigend.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de psychische problematiek van de verdachte en de kortere bewezen periode dan door het Openbaar Ministerie gesteld.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een werkstraf van 240 uur wegens het profiteren van bijstandsfraude.