ECLI:NL:RBALK:2012:BW2168
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit wegens schending redelijke termijn bij bezwaarprocedure functieonderhoud
Eiser verzocht om functieonderhoud met terugwerkende kracht over de periode 2002-2003, maar verweerder wees dit af. De rechtbank oordeelde dat het besluit van 15 juli 2009 een primair besluit bevatte en dat het beroep van eiser op 4 september 2009 als bezwaarschrift moest worden behandeld. De behandeling van het bezwaar duurde 24 maanden, wat de redelijke termijn met 7 maanden overschreed.
De rechtbank stelde vast dat de overschrijding aan verweerder moest worden toegerekend omdat deze niet had onderkend dat het besluit een primair besluit bevatte en dat eerst bezwaar moest worden gemaakt. Verweerder had het bezwaar pas op 28 juli 2011 ontvangen, waarna de beslistermijn van 10 weken begon te lopen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het verzoek om functieonderhoud over 2002-2003 had afgewezen, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die terugkomen op eerdere onaantastbare besluiten rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, maar verklaarde het beroep tegen het besluit van 30 september 2011 gegrond wegens schending van artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand en veroordeelde verweerder tot betaling van een schadevergoeding van €1000,- wegens de termijnoverschrijding. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 30 september 2011 wordt vernietigd wegens schending van de redelijke termijn en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €1000,- schadevergoeding.