ECLI:NL:RBALK:2011:BU3251

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
1 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
132911 HA RK 11-128
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking kantonrechter zonder opgave van gronden buiten behandeling gesteld

Op 27 oktober 2011 heeft de gemachtigde van verzoeker tijdens een comparitie een mondeling wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend kantonrechter in een kantonzakenzaak. De rechter weigerde het verzoek en stelde het aan de wrakingskamer voor.

De gemachtigde gaf expliciet aan geen gronden voor de wraking te willen noemen en verlangde alleen doorhaling van een bepaalde zinsnede. Volgens het wrakingsprotocol van de rechtbank Alkmaar moet een wrakingsverzoek gemotiveerd zijn ten aanzien van de rechter waarop het betrekking heeft.

De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling moest worden gesteld. De hoofdzaak wordt voortgezet en de stukken worden aan de voorzitter van de sector kanton overgedragen. De beslissing is op 1 november 2011 uitgesproken door de wrakingskamer.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van een motief, waarna de hoofdzaak wordt voortgezet.

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR
Wrakingskamer
zaaknummer: 132911 / HA RK 11-128
Datum uitspraak: 1 november 2011
BESLISSING op het schriftelijk verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:
[VERZOEKER],
wonende te [WOONPLAATS VERZOEKER],
hierna te noemen: verzoeker.
1 PROCESVERLOOP
Ter terechtzitting van 27 oktober 2011 heeft [NAAM GEMACHTIGDE], als schriftelijk gemachtigde van verzoeker, een mondeling verzoek gedaan tot wraking van [NAAM RECHTER] (hierna te noemen: de rechter) als behandelend rechter in de bij deze rechtbank, sector kanton, aanhangige zaak met zaaknummer 365886/CV EXPL 11-2081 (H.K.).
De rechter heeft niet berust in de wraking en heeft het verzoek in handen gesteld van de griffier van de wrakingskamer.
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.
2 BEOORDELING VAN HET VERZOEK
De gemachtigde van verzoeker heeft het verzoek tot wraking gedaan tijdens een comparitie van partijen, nadat de rechter een beslissing had genomen over de processuele voortgang van de zaak.
Hierop heeft gemachtigde [NAAM GEMACHTIGDE] - voordat de rechter de behandeling had gesloten - verklaard dat hij de rechtbank wraakt, onder de mededeling: "Ik vind het hier een belachelijke toestand". Op de vraag naar de gronden van de wraking heeft gemachtigde [NAAM GEMACHTIGDE] bij herhaling meegedeeld dat hij doorhaling verlangt van de hierboven geciteerde zinsnede en dat hij geen motief voor de wraking wenste te noemen.
Naar het oordeel van de wrakingskamer dient het verzoek wegens kennelijke
niet-ontvankelijkheid buiten behandeling te worden gesteld.
Immers, een wrakingsverzoek dient op grond van het bepaalde in paragraaf 4.1. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank - op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www.rechtspraak.nl/Organisatie/Rechtbanken/Alkmaar/Regels en procedures - gemotiveerd te zijn ten aanzien van de rechter op wie het betrekking heeft.
Uit het bovenstaande blijkt dat verzoeker expliciet heeft meegedeeld geen wrakingsgrond te willen aanvoeren.
Gelet hierop zal de wrakingskamer het verzoek overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1. van het wrakingsprotocol buiten behandeling stellen.
3 BESLISSING
De rechtbank:
- stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling;
- bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet en stelt de stukken daartoe in handen van de voorzitter van de sector kanton van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mr. P.H.B. Littooy, voorzitter, mr. M. Zijp en mr. A. van der Perk, leden van de wrakingskamer, en uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. J.A. Huisman, griffier, ter openbare terechtzitting van 1 november 2011.