ECLI:NL:RBALK:2011:BU3205
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorzieningen bij beëindiging samenleving en zorg voor minderjarige kinderen
Partijen hebben veertien jaar samengeleefd zonder huwelijk en hebben drie minderjarige kinderen. De relatie werd in juli 2009 beëindigd. De kinderen wonen sinds augustus 2010 bij de vrouw.
De vrouw vordert onder meer medewerking van de man aan verkoop van een bedrijfspand, inzage in huurinkomsten, terugbetaling van €20.000 en voorlopige kinderalimentatie. De man betwist de vorderingen en voert aan dat het bod op het pand onder de taxatiewaarde ligt, dat hij alle lasten van het pand draagt en dat het opgenomen bedrag een gezamenlijke spaarpot betreft.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bod niet aannemelijk reëel is en wijst de verkoopvordering af. De vordering tot rekening en verantwoording wordt afgewezen vanwege onvoldoende belang, hoewel de man in de bodemprocedure inzicht moet geven. De terugvordering van €20.000 wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang. De voorlopige kinderalimentatie wordt toegewezen tot maximaal €345 per maand voor drie kinderen, gelet op de draagkracht van de man en de zorgsituatie. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van een voorlopige kinderalimentatie van €345 per maand; overige vorderingen worden afgewezen.