ECLI:NL:RBALK:2011:BU2922
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens niet verlenen voorrang aan voetganger op oversteekplaats bevestigd
Betrokkene kreeg op 1 november 2010 een boete opgelegd wegens het niet verlenen van voorrang aan een voetganger die kennelijk op het punt stond over te steken op een voetgangersoversteekplaats. Betrokkene stelde dat er geen voetganger was die daadwerkelijk wilde oversteken en dat een wachtende voetganger geen voorrang behoeft.
De officier van justitie handhaafde de boete en de kantonrechter verklaarde het beroep ontvankelijk. Uit verklaringen van verbalisanten bleek dat er inderdaad een voetganger met een hond stond te wachten om over te steken, maar dat betrokkene die geen voorrang verleende. Er waren geen aanwijzingen dat de voetganger iets anders deed dan wachten om over te steken.
De kantonrechter oordeelde dat ook een wachtende voetganger als iemand die kennelijk op het punt staat over te steken moet worden beschouwd, conform artikel 49 lid 2 RVV Pro 1990. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het niet verlenen van voorrang aan een voetganger op een oversteekplaats wordt ongegrond verklaard.