ECLI:NL:RBALK:2011:BT8985

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
20 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-1796
Instantie
Rechtbank Alkmaar
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 1 Wet kinderopvangArt. 1 Wet kinderopvang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gastouderopvang via geregistreerd bureau vereist voor kinderopvangtoeslag

Eiseres maakte aanspraak op kinderopvangtoeslag voor gastouderopvang in 2008 en 2009. De Belastingdienst stelde het voorschot voor 2008 en 2009 bij omdat het gastouderbureau niet meer geregistreerd was vanaf 20 oktober 2008. Eiseres betoogde dat het gastouderbureau was verhuisd en opnieuw geregistreerd in een andere gemeente, waardoor aan de voorwaarden voor toeslag voldaan zou zijn.

De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat de gastouderopvang in de periode van 20 oktober 2008 tot en met 31 december 2009 via een geregistreerd gastouderbureau plaatsvond. Bewijsmateriaal zoals overeenkomsten en registratie-uittreksels werden niet als overtuigend beschouwd, mede doordat het telefoonnummer niet overeenkwam met de locatie van het bureau en bemiddelingswerkzaamheden feitelijk vanuit een andere plaats werden verricht.

Daarom was het besluit van de Belastingdienst om het voorschot op kinderopvangtoeslag voor de genoemde periode op nihil te stellen terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat de gastouderopvang via een geregistreerd gastouderbureau plaatsvond.

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR
Sector Bestuursrecht
Zaaknummer: 10/1796 KINDER
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 oktober 2011 in de zaak tussen
[naam eiseres], te [plaatsnaam], eiseres,
(gemachtigde mr. R.D.A. van Boom),
tegen
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.
Procesverloop
Bij afzonderlijke besluiten van 20 juni 2009 heeft verweerder het aan eiseres over 2008 toegekende voorschot kinderopvangtoeslag herzien en op € 8.817,00 vastgesteld (besluit 1) en het over 2009 toegekende voorschot op € 0,00 vastgesteld (besluit 2).
Bij besluit van 23 januari 2010 heeft verweerder het aan eiseres over 2008 toegekende voorschot kinderopvangtoeslag opnieuw herzien en op € 7.972,00 gesteld (besluit 3).
Bij besluit van 4 juni 2010 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eiseres tegen de besluiten ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep behandeld ter zitting van 30 juni 2011. Eiseres is vertegenwoordigd door mr. M.J. Hoogendoorn. Verweerder is vertegenwoordigd door [naam].
De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak tweemaal verlengd.
Overwegingen
1. Eiseres heeft de opvang voor haar kind geregeld via gastouderopvang.
2. Ingevolge het bepaalde in artikel 5, eerste lid van de Wet kinderopvang (Wko) heeft een ouder aanspraak op een kinderopvangtoeslag in de door hem of zijn partner te betalen kosten jegens het Rijk, indien het betreft gastouderopvang die plaatsvindt door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau.
Ingevolge artikel 1, aanhef en onder e van de Wko wordt onder gastouderbureau verstaan: een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt.
3. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat het gastouderbureau dat als intermediair de gastouderopvang voor eiseres heeft geregeld sinds 20 oktober 2008 niet meer staat geregistreerd bij de gemeente als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet kinderopvang (Wko) en dat daarom eisers gastouderopvang in de periode 20 oktober 2008 tot en met 31 december 2009 niet voldeed aan de voorwaarden voor toekenning van een kinderopvangtoeslag.
4. Eisers betoogt dat ook in de periode van 20 oktober 2008 tot en met 31 december 2009 is voldaan aan de voorwaarden voor het verkrijgen van kinderopvangtoeslag. Zij stelt dat het gastouderbureau Dar El Hanan op 21 juli 2008 is verhuisd naar Hoogeveen, met ingang van 1 augustus 2008 in Hoogeveen is geregistreerd geweest, het gastouderbureau in Hoogeveen hetzelfde is als het gastouderbureau dat in Gorinchem zat en derhalve in de betreffende periode de kinderopvang via een geregistreerd gastouderbureau is geregeld. Ter onderbouwing van haar standpunt is een afschrift ingebracht van een uittreksel uit het Handelsregister van de besloten vennootschap Dar El Hanan B.V. en een afschrift van een uittreksel uit het Register Kinderopvang gemeente Hoogeveen.
5. 1. De rechtbank overweegt als volgt.
5.2. Omdat kinderopvangtoeslag een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op aanspraak betreft, is het aan eiseres om aannemelijk te maken dat er aan de voorwaarden wordt voldaan om in aanmerking te komen voor de toeslag. Meer concreet is het aan eiseres om aannemelijk te maken dat de gastouderopvang voor de kosten waarvan zij een tegemoetkoming vraagt, plaatsvindt door een geregistreerd gastouderbureau in de zin van artikel 5, eerste lid, Wko.
5.3. Eiseres heeft gesteld dat er in de betreffende periode van 20 oktober 2008 tot en met 31 december 2009 sprake is geweest van gastouderopvang door tussenkomst van het in de gemeente Hoogeveen geregistreerde gastouderbureau Dar El Hanan. De rechtbank is, anders dan eiseres en met verweerder, van oordeel dat dit door eiseres niet aannemelijk is gemaakt en ook anderszins niet aannemelijk is geworden.
5.4. Uit het zich tussen de gedingstukken bevindende afschrift van het digitale aanvraagformulier kinderopvangtoeslag 2008 blijkt dat door eiseres bij de aanvraag in februari 2008 is vermeld dat de gastouderopvang plaatsvindt door tussenkomst van het gastouderbureau Dar El Hanan, gevestigd aan de Van Zomerlaan 7 te Gorinchem en dat pas in november 2009 is doorgegeven dat de gastouderopvang vanaf 1 augustus 2008 plaatsvond door tussenkomst van het bureau in Hoogeveen. Bovendien bevindt zich tussen gedingstukken ook een door eiseres ondertekend antwoordformulier gedateerd 13 maart 2009 waarop is vermeld dat de gastouderopvang plaatsvindt door tussenkomst van het gastouderbureau in Gorinchem en bevindt zich tussen de gedingstukken een door eiseres aan verweerder bij brief van 27 april 2009 gestuurd afschrift van de overeenkomst gastouderopvang voor de periode 14 december 2007 tot 31 december 2008 waarop staat vermeld dat de gastouderopvang in die periode plaatsvond door tussenkomst van het gastouderbureau in Gorinchem.
5.5. Gelet op het voorgaande kent de rechtbank geen gewicht toe het in de beroepsprocedure ingebrachte afschrift van een overeenkomst gastouderopvang voor de periode 1 augustus 2008 tot 31 december 2008 waarin het adres van het gastouderbureau in Hoogeveen staat vermeld, daargelaten dat het in die overeenkomst vermelde telefoonnummer geen nummer in Hoogeveen betreft maar een Utrechts nummer. Hetzelfde geldt voor het zich tussen de gedingstukken bevindende afschrift van een overeenkomst gastouderopvang over de periode 1 januari 2009 tot 31 december 2009, die door eiseres bij brief van 4 december 2009 aan verweerder is gestuurd.
5.6. Door eiseres is ook niet anderszins aannemelijk gemaakt dat de bemiddelings- en begeleidingswerkzaamheden door het in Hoogeveen gevestigde gastouderbureau zijn uitgevoerd. Integendeel, ter zitting is door eiseres zelfs benadrukt dat de werkzaamheden niet in Hoogeveen werden verricht maar in Utrecht en overigens van meet af aan vanuit een locatie in Utrecht werden uitgevoerd.
5.7. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat verweerder op juiste gronden het voorschot kindertoeslag over een deel van het berekeningsjaar 2008, te weten de periode 20 oktober 2008 tot en met 31 december 2008 en over het volledige berekeningsjaar 2009 op nihil heeft gesteld.
5.8 Het beroep zal ongegrond worden verklaard.
6. Bij deze uitkomst is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. de Feijter, rechter, in tegenwoordigheid van C.H. Kuiper, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2011 te Alkmaar.
griffier rechter
Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbenden - in elk geval de eisende partij - en verweerder hoger beroep instellen. Hoger beroep wordt ingesteld door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een brief (beroepschrift) en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.