ECLI:NL:RBALK:2011:BT6465

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
3 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-182
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 SrArt. 9a Sr
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding voor onterechte voorlopige hechtenis inclusief gederfde inkomsten

Verzoeker heeft een schadevergoeding gevraagd op grond van artikel 89 Sr Pro vanwege onterechte voorlopige hechtenis en verzekering. De officier van justitie verzette zich tegen vergoeding van gederfde inkomsten, stellende dat deze al in de forfaitaire bedragen waren verdisconteerd. De rechtbank oordeelde echter dat de forfaitaire bedragen alleen immateriële schade dekken en dat materiële schade, zoals gederfde inkomsten, apart vergoed kan worden.

Verzoeker was vijf dagen in verzekering gesteld en heeft dit met salarisstroken onderbouwd, waaruit blijkt dat hij €316,68 aan netto salaris heeft gemist. De rechtbank achtte het billijk deze materiële schade te vergoeden naast de forfaitaire vergoeding van €525 voor immateriële schade en €540 voor de kosten van het verzoekschrift.

De rechtbank wees het verzoek toe voor een totaalbedrag van €1.381,68 en bepaalde dat dit bedrag zal worden uitbetaald aan de Stichting Beheer Derdengelden Leesberg Advocaten te Alkmaar. Het verzoek tot verdere vergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Rechtbank kent verzoeker een totale schadevergoeding van €1.381,68 toe wegens onterechte voorlopige hechtenis inclusief gederfde inkomsten en kosten verzoekschrift.

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR
Sector straf, meervoudige raadkamer
Parketnummer : 14/810449-09
Raadkamernummer: 10/182
Datum uitspraak : 3 oktober 2011
Naar aanleiding van het op 20 mei 2010 ter griffie van deze rechtbank ingediende verzoekschrift op grond van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering van:
[Verzoeker],
geboren te Alkmaar op 27 november 1979,
ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres
[adres en woonplaats],
hierna ook te noemen verzoeker,
advocaat mr. P.G. Wemmers te Alkmaar.
1. De procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen dat strekt tot toekenning van een geldelijke vergoeding ten laste van de staatskas van:
- € 525,- ter zake van de schade die verzoeker stelt te hebben geleden ten gevolge van ten onrechte ondergane verzekering en voorlopige hechtenis wegens verdenking van verschillende strafbare feiten;
- € 316,68 voor vergoeding van gederfde inkomsten voor een periode van vijf dagen:
- te vermeerderen met de kosten voor het indienen van het verzoekschrift ad € 270,- respectievelijk € 540,- in geval van behandeling in raadkamer;
- een schrijven van het arrondissementsparket Alkmaar van 10 maart 2010, waarin de officier van justitie aan verzoeker bericht dat hij niet (verder) zal worden vervolgd omdat er naar het oordeel van de officier van justitie daarvoor onvoldoende wettig bewijs was;
- een beschikking van 11 april 2011 van de enkelvoudige kamer van deze rechtbank, waaruit blijkt dat het verzoek naar de meervoudige kamer is verwezen in verband met het principiële karakter van een onderdeel van het verzoek en de – volgens de officier van justitie – mogelijke precedentwerking van de beslissing.
Op 19 september 2011 is het verzoekschrift in het openbaar in raadkamer behandeld.
Verzoeker is bij die gelegenheid verschenen met mr. Wemmers. Tevens is verschenen de officier van justitie, mr. G.A.M. Botman. Allen zijn in raadkamer gehoord.
2. De standpunten van partijen
De raadsman heeft namens verzoeker gepersisteerd bij het verzoek. Ter ondersteuning van dat verzoek had hij voorafgaand aan de zitting van 11 april 2011 reeds een uitspraak van het gerechtshof Arnhem toegezonden.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat in het onderhavige geval kan worden volstaan met toekenning van de forfaitaire bedragen van € 525,- voor de ondergane hechtenis en € 540,- voor opstellen en behandelen van het verzoekschrift. Hij heeft daartoe aangevoerd: ‘Die forfaitaire vergoeding wordt geacht mede een bestanddeel in te houden voor de concrete materiële schade van een gewezen verdachte. Het is inherent aan het bestaande rechtssysteem dat er soms mensen komen vast te zitten, wat later onterecht blijkt te zijn. Waar gehakt wordt, vallen spaanders’. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft de officier van justitie een viertal recente uitspraken overgelegd.
Het verzochte bedrag van € 316,68 acht de officier van justitie daarom niet toewijsbaar.
3. De beoordeling
3.1 Vaststaat dat de strafzaak tegen verzoeker door de mededeling op 10 maart 2010 namens de officier van justitie is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het verzoekschrift is op 20 mei 2010 ingediend, dus tijdig, immers binnen drie maanden na beëindiging van de zaak.
Er is dus voldaan aan de voorwaarden voor het kunnen toekennen van een vergoeding zoals verzocht.
3.2 Alle omstandigheden in aanmerking genomen, zijn er gronden van billijkheid aanwezig voor het toekennen van een vergoeding zoals hierna vermeld, waarbij de rechtbank het volgende heeft overwogen.
3.3 Met het oog op de rechtseenheid heeft het Landelijk Overleg van de Voorzitters van Strafsectoren (LOVS) sinds 22 oktober 2002 richtlijnen uitgevaardigd om tot een berekening te komen van schade wegens onterecht ondergane hechtenis. Deze richtlijnen zijn openbaar toegankelijk via het internet op de site rechtspraak.nl. Er zijn standaardvergoedingen bepaald voor verblijf in een politiecel (€ 105,- per dag) en voor verblijf in een huis van bewaring (€ 80,- per dag en € 105,- per dag in geval van beperkingen).
Uit de gepubliceerde jurisprudentie valt af te leiden dat er landelijk door rechtbanken en gerechtshoven op verschillende wijze wordt aangekeken tegen deze LOVS-afspraken. Er zijn colleges die de forfaitaire bedragen beschouwen als een standaardvergoeding, waarin zowel materiële als immateriële schade is opgenomen en waarvan alleen in uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken. Andere colleges gaan ervan uit dat de LOVS-afspraken slechts zien op de vergoeding voor de geleden immateriële schade.
3.4 Deze meervoudige kamer is van oordeel dat de bestaande LOVS-vergoeding slechts een vergoeding betreft voor de geleden immateriële schade. Het gaat om een vergoeding voor het aangedane psychische leed en de aantasting van de eer en de goede naam van een betrokkene. Omdat deze onderdelen door ieder persoon anders kunnen worden ervaren en ook moeilijk objectief zijn vast te stellen, worden hiervoor forfaitaire bedragen toegekend.
Verzoeker is op zondag 29 november 2009 in verzekering gesteld en op vrijdag 4 december 2009 heengezonden. In het onderhavige geval gaat het voor de berekening in totaal om 5 dagen verblijf in een politiecel, gevolgd door verblijf in beperkingen in het huis van bewaring. Het gevorderde (forfaitaire) bedrag van € 525,- is toewijsbaar.
3.5 Er bestaat echter geen rechtvaardiging verzoeker geen vergoeding toe te kennen voor de inkomsten die hij door de onterecht ondergane verzekering en voorlopige hechtenis feitelijk heeft gemist. Verzoeker heeft met stukken (salarisspecificaties) onderbouwd en ter zitting mondeling toegelicht dat hem in de maand december 2009 een korting op zijn salaris is opgelegd van netto € 316,68 in verband met vijf niet gewerkte dagen. Verzoeker heeft nog toegelicht dat hij ook geen vakantiedagen meer over had in december 2009. De rechtbank acht het billijk dat deze inkomstenderving aan verzoeker wordt vergoed.
3.6 Voor het opstellen en indienen van het onderhavige verzoekschrift, alsmede de mondelinge behandeling ervan, zal het forfaitair vastgestelde bedrag van € 540,- worden toegewezen.
3.7 De rechtbank zal daarom beslissen als hierna te melden en neemt daarbij de desbetreffende wetsartikelen in aanmerking.
4. De beslissing
4.1 Kent toe aan verzoeker een vergoeding uit ’s Rijks kas van totaal € 1.381,68
(zegge: eenduizenddriehonderdeenentachtig euro en achtenzestig cent);
4.2 Bepaalt dat laatstgemeld bedrag door de griffier van deze rechtbank aan verzoeker zal worden uitbetaald door middel van overschrijving naar rekeningnummer 37.64.70.518 ten name van de Stichting Beheer Derdengelden Leesberg Advocaten te Alkmaar;
4.3 Beveelt de tenuitvoerlegging van deze beslissing, nadat deze in kracht van gewijsde is gegaan;
4.4 Wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Aldus gedaan in raadkamer van deze rechtbank door mr. L.J. Saarloos, als voorzitter en
mr. I.M. Nusselder en mr. G.D.M. Hoedemaker, als leden van de meervoudige kamer, in tegenwoordigheid van W. Veenstra als griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2011.