ECLI:NL:RBALK:2011:BR6116
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.A. Swildens
- B.H. Franke
- L. Boonstra
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Alkmaar wijst beroep toe wegens onjuiste WAO-beoordeling en stelt juiste arbeidsongeschiktheid vast
Eiser, die sinds 1978 vanwege rugklachten niet meer kon werken, ontving vanaf 1979 een WAO-uitkering met wisselende percentages arbeidsongeschiktheid. Na diverse herbeoordelingen stelde het UWV in 2006 en 2010 lagere percentages vast dan eiser betwistte. Eiser stelde dat zijn klachten onvoldoende waren meegewogen en dat de besluiten onvoldoende waren onderbouwd.
De rechtbank constateerde dat het UWV niet volgens de vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep had gehandeld. Het UWV had niet de juiste belastbaarheidspatronen en Functionele Mogelijkheden Lijsten (FML's) opgesteld op de juiste data en had onvoldoende onderscheid gemaakt tussen klachten uit dezelfde of andere ziekteoorzaken.
Omdat het UWV er tot driemaal toe niet in slaagde de juiste beoordeling te maken, besloot de rechtbank zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank stelde vast dat eiser per 25 maart 2001 recht heeft op een WAO-uitkering berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Tevens veroordeelde de rechtbank het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Het verzoek van eiser tot vergoeding van kosten voor een verzekeringsarts werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Alkmaar op 1 september 2011.
Uitkomst: De rechtbank stelt de arbeidsongeschiktheid van eiser per 25 maart 2001 vast op 80 tot 100% en vernietigt het bestreden besluit van het UWV.