ECLI:NL:RBALK:2011:BR4546
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot homologatie van akkoord en rehabilitatie na faillissement afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid
Verzoeker heeft op 1 februari 2011 een verzoek tot rehabilitatie ingediend op grond van artikel 206 van Pro de Faillissementswet. Dit verzoek volgde op een faillissement dat op 31 december 2003 was uitgesproken. In het faillissement werd op 3 november 2006 een akkoord aangeboden aan de schuldeisers, waarbij preferente en concurrente schuldeisers een deel van hun vordering werd aangeboden. Dit akkoord werd op 16 november 2006 door de rechtbank gehomologeerd en is in kracht van gewijsde gegaan.
Tijdens de verificatievergadering stemden alle erkende schuldeisers, behalve één concurrente schuldeiser, Galama Advocaten, in met het akkoord. Verzoeker stelt dat de vordering van deze schuldeiser niet meer bestaat omdat deze waarschijnlijk is voldaan door een voormalige compagnon. Het verzoek tot homologatie en rehabilitatie werd behandeld op 28 juni 2011 en verwezen voor beschikking.
De rechtbank oordeelt dat voor ontvankelijkheid vereist is dat bewijs wordt geleverd dat alle erkende schuldeisers ten genoegen zijn voldaan. Het enkele feit dat schuldeisers overeenkomstig het akkoord zijn betaald, is onvoldoende omdat het akkoord de afdwingbaarheid van vorderingen slechts beperkt, maar niet tenietdoet. Omdat verzoeker geen bewijs heeft geleverd dat alle erkende schuldeisers ten genoegen zijn voldaan, wordt hij niet-ontvankelijk verklaard.
De betwisting van het bestaan van de vordering van Galama Advocaten doet niet ter zake; ook voor deze schuldeiser moet bewijs worden geleverd bij een eventueel nieuw verzoek. Omdat verzoeker niet-ontvankelijk is, is het niet nodig het Openbaar Ministerie te horen. De beschikking is op 12 juli 2011 uitgesproken door rechter M.C. Schenkeveld.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bewijs dat alle erkende schuldeisers ten genoegen zijn voldaan.