ECLI:NL:RBALK:2011:BR3804
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot buitenlandse reis en identiteitsbewijs voor minderjarige kinderen in zorggeschil
De vrouw verzocht de rechtbank om toestemming om met haar twee minderjarige kinderen naar Cyprus te reizen in verband met een geplande medische behandeling, alsmede om vervangende toestemming voor de afgifte van een identiteitsbewijs voor een van de kinderen. De man, met wie zij nog gehuwd is en gezamenlijk gezag heeft, verzette zich tegen deze verzoeken en stelde dat het niet in het belang van de kinderen was om mee te reizen.
De rechtbank overwoog dat het geschil valt onder artikel 1:253a BW, waarbij de belangen van het kind voorop staan, maar ook andere belangen kunnen meewegen. De medische behandeling in Cyprus kan complicaties met zich meebrengen, en de kinderen zijn zorgbehoevend en hebben gedragsproblemen. De rechtbank achtte het niet in het belang van de kinderen om hun vertrouwde omgeving te verlaten en met de vrouw mee te reizen.
Ook het verzoek om vervangende toestemming voor het afgeven van een identiteitsbewijs werd afgewezen, omdat de man weigerde toestemming te geven en de rechtbank oordeelde dat het niet in het belang van het kind was om op korte termijn over een identiteitsbewijs te beschikken.
De rechtbank wees alle verzoeken van de vrouw af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De vrouw kan hiertegen binnen drie maanden hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verzoek tot toestemming voor buitenlandse reis en vervangende toestemming identiteitsbewijs afgewezen omdat dit niet in het belang van de minderjarige kinderen is.