ECLI:NL:RBALK:2011:BQ0914
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving in AZC
Op 20 september 2010 verbleef de benadeelde partij samen met de verdachte in een kamer van het Asielzoekerscentrum te Den Helder. De benadeelde verklaarde dat verdachte hem tegen zijn wil naar diens kamer bracht, hem verbood te vertrekken, en hem dwong in een blikje te plassen. Een beveiliger bevestigde dat de benadeelde via het raam ontsnapte.
De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van wederrechtelijke vrijheidsberoving, maar niet van het gebruik van een mes. De verdediging pleitte vrijspraak wegens gebrek aan overtuigend bewijs. Getuigenverklaringen verschilden: een kamergenoot beschreef dominant maar niet dreigend gedrag, terwijl een andere getuige melding maakte van bedreigingen en een mes.
De rechtbank oordeelde dat de dreigende bewoordingen en het mes niet overtuigend waren bewezen, mede omdat de benadeelde zijn verklaring hierover pas later aanpaste na confrontatie met een getuige. De overige feiten zoals het moeten afgeven van de telefoon en toiletbezoek onder begeleiding waren niet in de tenlastelegging opgenomen.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving.