ECLI:NL:RBALK:2011:BP1025
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg en voortzetting huurovereenkomst recreatiewoning tot 31 december 2015
De huurder heeft sinds 1972 een staanplaats gehuurd op een recreatiepark, met een schriftelijke huurovereenkomst uit 1991 die een looptijd van twintig jaar en een verlengingsmogelijkheid van vijf jaar bevat. Westomij B.V. is sinds 1994 de verhuurder van het recreatiepark. In mei 2009 maakte de huurder schriftelijk kenbaar de huurovereenkomst te willen verlengen voor vijf jaar, maar Westomij stelde dat de overeenkomst per 31 december 2010 eindigde en niet verlengd kon worden.
De kern van het geschil was de uitleg van de huurovereenkomst, met name artikel 10.1 en 10.2. De kantonrechter concludeerde dat de overeenkomst eindigt op 31 december 2010 en kan worden verlengd met vijf jaar indien de huurder uiterlijk drie maanden voor het einde schriftelijk verlenging vraagt. Deze keuzemogelijkheid ligt exclusief bij de huurder. Westomij stelde dat "kan worden verlengd" geen verplichting tot verlenging inhoudt, maar gaf onvoldoende argumenten voor een afwijkende uitleg van de overeenkomst.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst doorloopt tot 31 december 2015 en dat Westomij de huurder gedurende deze periode als rechtmatig huurder moet behandelen. Westomij werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt verlengd tot 31 december 2015 en Westomij moet de huurder als rechtmatig huurder behandelen.