ECLI:NL:RBALK:2010:BN3048
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijslast en substantiëringsplicht bij energieleveringsovereenkomst
De Nederlandse Energie Maatschappij vordert betaling van openstaande facturen voor geleverde gas en elektriciteit aan [gedaagde], die het bestaan van een overeenkomst betwist. De rechtbank stelt vast dat er een overeenkomst is gesloten, mede op basis van een voicelog van een telefoongesprek met de echtgenote van [gedaagde] en bevestigingsbrieven.
De hoogte van de facturen wordt betwist door [gedaagde], die stelt dat het verbruik niet in verhouding staat tot een normaal huishouden. De eindstanden van de meter worden niet betwist, maar de beginstanden wel. De Nederlandse Energie Maatschappij heeft geen voldoende onderbouwing gegeven voor deze beginstanden, mogelijk gebaseerd op schattingen.
De rechtbank bepaalt dat de bewijslast voor de beginstanden bij de Nederlandse Energie Maatschappij ligt en staat toe dat zij dit bewijs levert. Tevens oordeelt de rechtbank dat de Nederlandse Energie Maatschappij niet heeft voldaan aan haar substantiëringsplicht door bewust te kiezen voor een eenvoudige incassodagvaarding zonder onderbouwing met stukken, wat wordt gesanctioneerd met strafkorting. Verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af totdat de Nederlandse Energie Maatschappij voldoende bewijs levert voor de beginstanden en sanctioneert haar voor onvoldoende onderbouwing.