ECLI:NL:RBALK:2010:BM3550
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onaanvaardbare huurdersaansprakelijkheid na faillissement
Eiser is eigenaar van bedrijfspanden die sinds 1991 door gedaagde werden gehuurd. De onderneming van gedaagde is medio 1997 ingebracht in een vennootschap die de panden in gebruik nam en huur betaalde. Na huurachterstanden verleende eiser een geldlening aan de vennootschap, waarbij deze als huurder werd aangeduid. De vennootschap ging failliet in november 2007. Op initiatief van eiser sloten eiser en gedaagde een beëindigingsovereenkomst waarin gedaagde als huurder werd genoemd.
Eiser vorderde betaling van huurachterstanden van gedaagde, stellende dat deze als huurder aansprakelijk bleef. Gedaagde voerde aan dat de vennootschap huurder was en dat sprake was van contractsovername. De rechtbank stelde vast dat geen schriftelijke contractsovername had plaatsgevonden, waardoor formeel gedaagde huurder bleef.
Toch oordeelde de rechtbank dat eiser onder de gegeven omstandigheden gedaagde niet langer als huurder mocht beschouwen. Eiser had immers de vennootschap als huurder erkend, ook door de leningsovereenkomst. Gedaagde mocht erop vertrouwen dat hij niet meer als huurder werd gezien. De vordering werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van huurachterstanden door gedaagde wordt afgewezen wegens onaanvaardbaarheid onder redelijkheid en billijkheid.