ECLI:NL:RBALK:2010:BM3530

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
24 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
.: 305696 \ CV EXPL 09-4050
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens weigering verstrekken getuigengegevens uit privacyoverwegingen

In deze zaak vordert eiser betaling van een factuur van € 322,32. Gedaagde stelt deze factuur contant te hebben voldaan aan een toenmalige medewerker van eiser, die hij als getuige wil oproepen.

Eiser weigert echter de benodigde gegevens van deze ex-werknemer te verstrekken uit privacyoverwegingen, waardoor gedaagde de getuige niet kan oproepen. De kantonrechter overweegt dat de verplichting om alle voor de beslissing van belang zijnde feiten aan te voeren, zoals neergelegd in artikel 21 Rv Pro, ook het verstrekken van getuigengegevens omvat, tenzij er gewichtige redenen zijn.

Het beroep op privacybescherming is te algemeen geformuleerd en vormt geen gewichtige reden. Hierdoor wordt gedaagde geacht in het bewijs te zijn geslaagd dat de contante betaling heeft plaatsgevonden. De vordering van eiser wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen omdat eiser weigert getuigengegevens te verstrekken, waardoor gedaagde geacht wordt in het bewijs te zijn geslaagd.

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR
Sector Kanton
Locatie Alkmaar
Zaak/rolnr.: 305696 \ CV EXPL 09-4050 WG
Uitspraakdatum: 24 maart 2010
Vonnis in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam],
gevestigd te Alkmaar,
eisende partij,
verder ook te noemen: [eiser],
gemachtigde: L.C.J. Huting, gerechtsdeurwaarder te Alkmaar,
tegen
[naam],
wonende te Alkmaar,
gedaagde partij,
verder ook te noemen: [gedaagde],
in persoon procederende.
Het procesverloop
-De kantonrechter verwijst naar het op 25 november 2009 in deze zaak uitgesproken tussenvonnis.
-Naar aanleiding van dat tussenvonnis hebben beide partijen een akte genomen.
-De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.
-Ten slotte is heden uitspraak bepaald.
De verdere beoordeling
1.Bij voormeld tussenvonnis d.d. 25 november 2009 is [gedaagde] in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat hij de factuur van € 322,32 contant heeft voldaan aan [naam], een (toenmalige) medewerker bij [eiser]. Daarbij heeft de kantonrechter overwogen ervan uit te gaan dat [eiser] zo nodig de haar bekende gegevens van genoemde [naam] aan [gedaagde] ter beschikking zou stellen.
2.[gedaagde] heeft vervolgens meegedeeld dat hij als getuige wil laten horen de genoemde heer [naam]. [eiser] heeft echter geweigerd hem de benodigde gegevens te verstrekken teneinde [naam] als getuige te kunnen oproepen. [eiser] bevestigt dat zij die gegevens uit privacyoverwegingen niet aan [gedaagde] ter beschikking wil stellen.
3.De kantonrechter overweegt het volgende. Partijen dienen krachtens artikel 21 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) alle voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Daaronder zijn begrepen de gegevens van eventueel te horen getuigen, voor zover de andere partij daarover niet beschikt en hij die wel nodig heeft om, zoals hier, deze getuige op te roepen. Die verplichting geldt niet voor zover daar gewichtige redenen voor zijn. Het beroep op privacybescherming van [naam] is dermate algemeen geformuleerd, dat dit niet als gewichtige reden geldt. Het zou er immers toe leiden dat wederpartijen van ondernemingen in veel gevallen de mogelijkheid wordt ontnomen bewijs te leveren.
4.Nu [eiser] haar verplichting krachtens artikel 21 Rv Pro niet is nagekomen, zal de kantonrechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht. De kern van het geschil is de vraag of [gedaagde] een contante betaling heeft gedaan aan de heer [naam], destijds werknemer bij [eiser]. Dat [eiser] deze betaling niet in haar boeken heeft teruggevonden, maakt niet dat die betaling niet plaatsgevonden kan hebben. [gedaagde] heeft er daarom een gerechtvaardigd belang bij [naam] als getuige te horen en hem zelf ten overstaan van de kantonrechter vragen te stellen. Nu [eiser] kennelijk de privacybelangen van haar (ex-)werknemers zwaarder vindt wegen dan het belang van waarheidsvinding, brengen de beginselen van behoorlijk procesorde mee dat [gedaagde] geacht wordt in het bewijs te zijn geslaagd. De kantonrechter zal er daarom van uit gaan dat de door [gedaagde] gestelde (en te bewijzen) contante betaling aan [eiser] in de persoon van [naam] inderdaad heeft plaatsgevonden. [eiser] heeft daarom niets meer van [gedaagde] te vorderen.
5.Het gevorderde wordt afgewezen en [eiser] dient als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.
De beslissing
De kantonrechter:
Wijst de vordering af.
Veroordeelt [eiser] in de proceskosten die tot heden voor [gedaagde] worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 24 maart 2010 in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter