ECLI:NL:RBALK:2010:BL0071
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bezwaarprocedure toeslagenwet
Eiser maakte bezwaar tegen een besluit van 3 oktober 2002 waarin hem een toeslag op grond van de Toeslagenwet werd geweigerd. Het bezwaar werd pas op 16 juli 2008 ongegrond verklaard, wat leidde tot een overschrijding van de redelijke termijn van ruim vijf jaar. De rechtbank oordeelde dat de gehele overschrijding voor rekening van verweerder komt en dat volgens de methodiek van de Centrale Raad van Beroep een vergoeding van €5.500 passend zou zijn.
De rechtbank mat de schadevergoeding echter omdat eiser niet actief navraag deed over de stand van zaken en niet aannemelijk maakte dat hij onder de vertraging heeft geleden. Gezien het doel van artikel 6 EVRM Pro stelde de rechtbank de immateriële schade vast op €1.000. Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht de toeslag had geweigerd omdat eiser, rekening houdend met een CAO-aanvulling door zijn werkgever, een inkomen boven het minimumloon had.
Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot betaling van €1.000 aan eiser als vergoeding voor immateriële schade wegens de overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Beroep ongegrond verklaard en vergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.