ECLI:NL:RBALK:2009:BK1623
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek huisvestingsvergunning standplaats woonwagen Alkmaar
Eiser verzocht op 19 december 2006 om een huisvestingsvergunning voor een standplaats woonwagen in Alkmaar, welke door verweerder op 5 april 2007 werd afgewezen. Het bezwaar daartegen werd op 11 september 2007 ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de huisvestingsverordening Alkmaar 2005 een algemeen verbindend voorschrift is met imperatieve regels omtrent inschrijving en toewijzing van standplaatsen. De brief uit 1986 aan de grootvader van eiser, waarin een ander toewijzingsbeleid werd vermeld, is niet meer van toepassing sinds de inwerkingtreding van de verordening in 1994.
Eiser staat niet op de voorrangslijst en niet bovenaan de wachtlijst, waardoor hij geen recht heeft op toewijzing van de standplaats. Zijn beroep op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel wordt verworpen, omdat deze beginselen niet zover reiken dat zij aanspraken kunnen creëren die in strijd zijn met de verordening.
Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verweerder in strijd met de verordening standplaatsen heeft toegewezen. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat eerst de woonwagen ontruimd moet zijn voordat onderzoek naar toewijzing kan plaatsvinden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de huisvestingsvergunning voor de standplaats woonwagen wordt ongegrond verklaard.