ECLI:NL:RBALK:2009:BK1168
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanwijzing aan vereffenaar omtrent huurcontract voor boerderij in nalatenschap
De vereffenaar in de nalatenschap van de overledene verzocht de kantonrechter om een aanwijzing ex artikel 4:210 lid 1 BW Pro met betrekking tot het aangaan van een huurcontract voor het erf en de schuren van een boerderij. Er ontstond een geschil tussen de erfgenamen en de legataris over de omvang van het legaat, waarbij de rechtbank eerder had geoordeeld dat het gehele perceel aan de legataris toekomt, maar dit vonnis nog niet in kracht van gewijsde was.
De legataris exploiteerde jarenlang een paardenpension in de stallen en schuren, welke door de vereffenaar was gestaakt wegens verlies. De legataris verzocht om een huurovereenkomst om de veiligheid te verbeteren en de exploitatie te hervatten, maar de erfgenamen gingen hier niet mee akkoord vanwege brandrisico, overlast en mogelijke negatieve gevolgen voor verkoopbaarheid en hypotheek.
De kantonrechter overwoog dat de vereffenaar niet alleen de belangen van de erfgenamen, maar ook die van de schuldeisers, waaronder de legataris, moet behartigen. Gezien het lopende geschil en het feit dat het vonnis nog geen kracht van gewijsde had, achtte de kantonrechter het gerechtvaardigd dat de legataris het perceel zou kunnen huren tegen marktconforme voorwaarden. De bezwaren van de erfgenamen werden onvoldoende onderbouwd geacht.
De kantonrechter gaf de vereffenaar de aanwijzing om te onderzoeken of en onder welke marktconforme voorwaarden het perceel verhuurd kan worden aan de legataris. Hiermee wordt beoogd de belangen van alle betrokkenen te dienen en baten voor de nalatenschap te genereren.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vereffenaar aan om te onderzoeken of en onder welke marktconforme voorwaarden het perceel verhuurd kan worden aan de legataris.