ECLI:NL:RBALK:2009:BJ5280
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging partneralimentatie ondanks inkomensachteruitgang vrouw
De vrouw verzocht de rechtbank om vast te stellen dat de alimentatieverplichting van de man zou voortduren gedurende vier jaren na afloop van de wettelijke termijn van twaalf jaar, en tevens om te bepalen dat verlenging van deze termijn daarna mogelijk is. De rechtbank constateerde dat de alimentatieverplichting op grond van artikel 1:157 lid 4 BW Pro van rechtswege was geëindigd na twaalf jaar, ingaande op de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
Hoewel de vrouw een aanzienlijke inkomensachteruitgang leed door het wegvallen van de alimentatie en haar gezondheidssituatie, oordeelde de rechtbank dat deze omstandigheden niet zodanig bijzonder waren dat verlenging van de alimentatieverplichting naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid noodzakelijk was. De vrouw had na de echtscheiding geen pogingen ondernomen om (parttime) werk te vinden, ondanks haar relevante opleiding en mogelijkheden.
De rechtbank nam mee dat de vrouw een onbelaste woning en andere vermogensbestanddelen had verkregen bij de echtscheiding, en dat de financiële nadelen van verzekeringsproducten niet aan de man konden worden toegerekend. Ook de situatie van de dochter, die een lening niet kon terugbetalen, werd niet aan de man toegerekend.
Gelet op deze omstandigheden wees de rechtbank het verzoek van de vrouw af en verwierp tevens het verzoek om verlenging van de termijn na afloop van de twaalf jaar. De draagkracht van de man werd niet beoordeeld omdat het verzoek niet ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de alimentatieverplichting wordt afgewezen wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden.