ECLI:NL:RBALK:2009:BJ2908
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheid en overtreding concurrentiebeding na overgang onderneming
In deze zaak staat de geldigheid en naleving van een concurrentiebeding centraal na de overgang van een onderneming van [X2] naar [X1]. De werknemers [Y1] en [Y2] waren oorspronkelijk in dienst bij [X2] en zijn na de overgang werkzaam geworden bij [bedrijf], waarbij zij volgens eiser [X1+2] het concurrentiebeding hebben overtreden door direct na beëindiging van hun dienstverband werkzaamheden te verrichten voor de concurrent.
De kantonrechter stelt vast dat sprake is van overgang van onderneming, waardoor de rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomsten, waaronder het concurrentiebeding, zijn overgegaan op [X1]. De stelling van gedaagden dat het beding haar werking heeft verloren wegens dringende reden wordt verworpen, omdat onvoldoende is gesteld en bewezen dat sprake was van meer dan incidentele tekortkomingen in de productkwaliteit.
Vaststaat dat gedaagden het concurrentiebeding en het geheimhoudingsbeding hebben overtreden door werkzaamheden te verrichten voor de concurrent en klanten van [X1] te benaderen. De gevorderde contractuele boete wordt toegewezen, maar de looptijd van het concurrentiebeding wordt gematigd tot zes maanden na beëindiging van het dienstverband. De overige vorderingen, zoals het verzenden van een brief aan klanten, worden afgewezen. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het concurrentiebeding is geldig en is overtreden; boete wordt toegewezen en looptijd gematigd tot zes maanden na beëindiging dienstverband.