ECLI:NL:RBALK:2009:BH8330
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek UWV wegens nevenwerkzaamheden verzekeringsarts als huisarts
UWV verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een verzekeringsarts die daarnaast al 20 jaar als huisarts werkzaam is. UWV had het beleid aangescherpt om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen en trok de toestemming voor de nevenwerkzaamheden in. De verzekeringsarts werkte zodanig dat hij geen dossiers behandelde van patiënten uit zijn huisartsenpraktijk.
De rechtbank oordeelde dat UWV onvoldoende heeft onderbouwd hoe de schijn van belangenverstrengeling zou ontstaan en welke belangen daarbij betrokken zijn. Ook is niet gebleken dat de arbeidsverhouding onherstelbaar beschadigd is of dat UWV door de combinatie van functies is geschaad.
De kantonrechter stelde vast dat het intrekken van toestemming een wijziging van arbeidsvoorwaarden betreft en dat UWV als goed werkgever niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze wijziging redelijk en noodzakelijk was. Daarom werd het ontbindingsverzoek afgewezen en werd UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontbindingsverzoek van UWV wordt afgewezen omdat de schijn van belangenverstrengeling onvoldoende is aangetoond.