ECLI:NL:RBALK:2009:BH7962

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
25 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
105602 - HA ZA 08-800
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 2 BWArtikel 24 polisvoorwaardenArtikel 27.7 polisvoorwaarden
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing regresvordering expertisekosten na schade woonboerderij door vrachtwagen

Op 5 maart 2007 veroorzaakte een tankwagen van Gulf schade aan de woonboerderij van de familie, die verzekerd was bij Univé. Univé vergoedde de schade aan haar verzekerde en nam regres op Gulf voor de gemaakte kosten, waaronder expertisekosten.

De rechtbank stelt vast dat Gulf aansprakelijk is voor de schade en dat de Bedrijfsregeling Brandregres 2000 regres niet verhindert. Het geschil betreft de vraag of Gulf ook gehouden is tot vergoeding van de door Univé betaalde expertisekosten.

De rechtbank oordeelt dat de kosten van de experts Alting en Lengkeek geen kosten ter vaststelling van schade zijn, maar kosten die Univé maakte om de schade af te handelen. Deze kosten kunnen niet worden teruggevorderd van de aansprakelijke partij. Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt Univé in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van Univé tot vergoeding van expertisekosten door Gulf wordt afgewezen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK TE ALKMAAR
Sector civiel recht
JR/WD
zaaknummer / rolnummer: 105602 / HA ZA 08-800
datum: 25 maart 2009
Vonnis van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken
in de zaak van:
de onderlinge waarborgmaatschappij
ONDERLINGE VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ UNIVÉ NOORD UA,
gevestigd te Assen,
eiseres,
advocaat mr. A. Hijner,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GULF OIL NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Den Helder,
gedaagde,
advocaat mr. G.J. de Lange.
Partijen zullen hierna Univé en Gulf genoemd worden.
1. De procedure
1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 17 december 2008;
- het proces-verbaal van comparitie van 3 februari 2009.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.Op 5 maart 2007 is een tankwagen van Gulf, na van de weg te zijn geraakt, de woonboerderij van de familie [naam 1] (hierna: [naam 1]) ingereden, met schade tot gevolg. [naam 1] was op dat moment tegen opstal- en inboedelschade verzekerd bij Univé.
2.2. In opdracht van Gulf heeft expertisebureau GAB Robins Takkenberg B.V. (GAB) een rapport uitgebracht over de aard, de oorzaak en de omvang van de schade. Voor Univé en [naam 1] hebben zich respectievelijk de heer G.W. Alting en expertisebureau Lengkeek, Laarman & De Hosson (hierna: Lengkeek) over de schade gebogen.
2.3. Univé heeft, na vergoeding van de schade aan haar verzekerde [naam 1], regres genomen op Gulf.
3. Het geschil
3.1. Univé vordert - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Gulf tot betaling van EUR 10.597,20, te vermeerderen met rente en kosten. Univé voert hiertoe aan dat zij naast de onder 2.3 vermelde som, ook expertisekosten heeft vergoed, waarvan EUR 3.600,- aan Alting en EUR 6.997,20 aan Lengkeek. Univé heeft deze kosten uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst met [naam 1] gedragen en zij is krachtens subrogatie gerechtigd deze van Gulf te vorderen.
3.2. Gulf voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1.Tussen partijen is niet in geschil dat Gulf aansprakelijk is voor de door [naam 1] geleden schade. Noch is in geschil dat de Bedrijfsregeling Brandregres 2000 niet aan regres door Univé op Gulf in de weg staat. Partijen twisten enkel nog of Gulf gehouden is de door Univé betaalde expertisekosten te vergoeden.
4.2. De rechtbank overweegt ten eerste dat de expertisekosten boven het verzekerd bedrag zijn meeverzekerd onder de polis. Op grond van artikel 27.7 van de toepasselijke polisvoorwaarden worden de 'kosten van de schaderegeling' vergoed boven het verzekerd bedrag. Weliswaar wordt in artikel 24 ("Schaderegeling en schadevergoeding") van de polisvoorwaarden een onderscheid gemaakt tussen de kosten van schaderegeling en de kosten van experts, maar deze laatste kosten moeten worden begrepen een onderdeel uit te maken van de kosten van schaderegeling.
4.3. Gelet op het voorgaande komen de door Univé gemaakte kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid voor vergoeding door Gulf in aanmerking, echter slechts indien en voorzover deze ingevolge artikel 6:96 lid Pro 2, aanhef en onder b, BW door [naam 1] - als hij ze zelf had gemaakt - van Gulf zouden kunnen worden gevorderd. Een ander standpunt zou ertoe leiden, dat Gulf dan wel profiteert van -, dan wel slechter af is door het feit dat de door haar veroorzaakte schade aan [naam 1] wordt vergoed door Univé.
4.4. Wat de kosten van Alting betreft is onvoldoende gesteld om aan te nemen dat deze kunnen worden verstaan als kosten ter vaststelling van schade en/of aansprakelijkheid. Alting heeft gezegd dat zijn werkzaamheden niet zozeer een becijfering van de hoogte van de geleden schade behelsden, maar eerder moeten worden gezien als bouwbegeleiding, te weten het voeren van overleg met aannemers en onderaannemers en het maken van prijsafspraken. Niet alleen de in de factuur van Alting vermelde data geven steun hieraan, een en ander blijkt voorts uit de verklaringen van partijen ter zitting en de inhoud van het rapport van GAB, waaruit naar voren komt dat de hoogte van de schade in feite ná het voltooien van het herstel is vastgesteld en achteraf is afgewikkeld. Zulks aan de hand van de facturen van de ingeschakelde aannemers. Gelet hierop zijn de kosten van Alting geen kosten ter vaststelling van schade, maar zijn dit zijn de kosten die Univé heeft gemaakt om de schade netjes af te handelen. Deze worden weliswaar wellicht boven de verzekerde som vergoed, maar kunnen niet van de aansprakelijke partij worden teruggevorderd.
De door Lengkeek bij Univé opgevoerde kosten treffen hetzelfde lot. Over de werkzaamheden van Lengkeek staat slechts vast dat haar factuur is ingediend ter zake van 'honorarium, kosten etc.'. Door Univé is niet gesteld dat Lengkeek zelfstandig kosten heeft gemaakt in het kader van een (eigen) onderzoek naar ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. Zijdens Univé is slechts aangevoerd dat er tussen de experts overleg is geweest, hetgeen heeft geleid tot het door GAB opgestelde rapport. Deze stelling kan echter niet tot de conclusie leiden dat de door Univé betaalde experts hierdoor redelijke kosten ter vaststelling van schade hebben gemaakt. Op grond van het voorgaande moet de vordering worden afgewezen.
4.5. Univé zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Gulf worden begroot op:
- vast recht [euro] 303,00
- salaris advocaat [euro] 904,00 (2,0 punten × tarief EUR 452,00)
Totaal EUR 1.207,00
5. De beslissing
De rechtbank
5.1. wijst de vorderingen af,
5.2. veroordeelt Univé in de proceskosten, aan de zijde van Gulf tot op heden begroot op EUR 1.207,00,
5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op
25 maart 2009.