ECLI:NL:RBALK:2008:BG1436

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
25 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
101792 / ES RK 08-450
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Verdrag inzake betekening en kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en handelszakenArt. 815 RvArt. 827 RvArt. 2.3 procesreglement scheidingArt. 4.1.b procesreglement scheiding
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk wegens onjuiste betekening in Turkije

Op 23 april 2008 diende de vrouw een verzoek tot echtscheiding in bij de rechtbank Alkmaar, met tevens een verzoek om nevenvoorziening volgens artikel 827 Rv Pro. De rechtbank stelde dat het verzoekschrift en de bijbehorende stukken voldeden aan de formele eisen van artikel 815 Rv Pro.

Echter, de betekening van het exploot aan de man vond plaats via aangetekende post in Turkije, terwijl Turkije zich verzet tegen deze wijze van betekening conform artikel 10 van Pro het Verdrag inzake de betekening en kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en handelszaken. De vrouw slaagde er niet in binnen de gestelde termijn het juiste bewijs van betekening te overleggen.

Op grond van artikel 2.3 van het procesreglement scheiding en artikel 4.1.b. van hetzelfde reglement, verklaarde de rechtbank de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot echtscheiding. De man, woonachtig in Istanbul, was niet verschenen in de procedure. De beschikking werd uitgesproken op 25 september 2008 door rechter M.F.G.H. Beckers.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot echtscheiding wegens onjuiste betekening aan de man in Turkije.

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR
Sector civiel recht
YB
zaak- en rekestnummer: 101792 / ES RK 08-450
datum: 25 september 2008
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken
in de zaak van:
[naam vrouw],
wonende te Alkmaar,
verzoekende partij,
procureur mr. P. van Lingen,
tegen:
[naam man],
wonende te Içerenköy-Kadikoy, Istanbul, Turkije,
gerekwestreerde,
niet verschenen.
Partijen zullen verder ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Ter griffie van deze rechtbank is op 23 april 2008 het inleidende verzoekschrift van de vrouw ingekomen waarin wordt verzocht tussen partijen echtscheiding uit te spreken.
Voorts is hierbij verzocht een nevenvoorziening als bedoeld in artikel 827 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te treffen.
Op 26 mei 2008 is ter griffie ontvangen het exploot van betekening aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie bij de rechtbank te Alkmaar.
De griffier heeft bij brief van 21 augustus 2008 de vrouw laten weten dat het bewijsstuk/de bewijsstukken van betekening aan de man uiterlijk 4 weken na dagtekening van de betreffende brief dient/dienen te worden overgelegd.
DE BEHANDELING VAN DE ZAAK
Het ingediende verzoekschrift met overgelegde bescheiden voldoet aan de in artikel 815 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vermelde voorschriften.
Ter griffie is/zijn, binnen de daarvoor gestelde termijn, het/de ontbrekende stuk(ken) niet ontvangen.
De rechtbank zal derhalve, mede gelet op artikel 2.3 van het procesreglement scheiding en voorts gelet op artikel 4.1.b. van voornoemd reglement, de vrouw niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek. Uit de overgelegde stukken blijkt immers dat het betekeningsexploit aangetekend over de post aan de man is verzonden, terwijl Turkije zich verzet tegen deze wijze van verzending, zoals neergelegd in artikel 10 van Pro het Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en handelszaken.
DE BESLISSING
De rechtbank:
Verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek.
coll.:
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F.G.H. Beckers, lid van gemelde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van DONDERDAG 25 september 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.