ECLI:NL:RBALK:2008:BD3877
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning gezamenlijk ouderlijk gezag aan vader en moeder ondanks niet-gemeenschappelijk verzoek
De vader verzoekt de rechtbank om samen met de moeder belast te worden met het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen. De moeder stemt met dit verzoek in en voert geen verweer. De rechtbank beoordeelt het verzoek aan de hand van artikel 1:253c BW en overweegt dat de regel in artikel 1:252 BW Pro, die gezamenlijk verzoek vereist voor gezamenlijk gezag, een ongeoorloofde beperking vormt van het recht van de vader op toegang tot de rechter en bescherming van zijn ouderlijke rechten zoals gewaarborgd in het EVRM.
De rechtbank interpreteert artikel 1:253c lid 1 BW zodanig dat de vader ook alleen om gezamenlijk gezag kan verzoeken. Bij toewijzing oefent de moeder het gezag voortaan gezamenlijk met de vader uit. Gezien de instemming van de moeder en het belang van de minderjarigen acht de rechtbank toewijzing wenselijk.
Daarnaast bepaalt de rechtbank dat de kinderen hun gewone verblijfplaats bij de moeder houden en stelt zij een omgangsregeling voor de vader vast, die onder meer voorziet in regelmatige bezoeken en lunchmomenten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De vader wordt samen met de moeder belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen.