ECLI:NL:RBALK:2008:BD1628
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfspand wegens dringend eigen gebruik en slecht huurderschap
De huurovereenkomst van een bedrijfsruimte, waarin een restaurant was gevestigd, werd door de verhuurder opgezegd wegens dringend eigen gebruik en slecht huurderschap van de huurder. De huurder kwam in verzet tegen het verstekvonnis dat de beëindiging toestond.
De kantonrechter oordeelde dat de verhuurder voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij en zijn dochter het pand duurzaam en dringend nodig hadden voor eigen gebruik, onderbouwd met een VOF-overeenkomst, inschrijving in het Handelsregister en een ondernemingsplan. De huurder voerde aan dat de bedrijfsvoering niet slecht was en dat de verhuurder zijn onderhoudsverplichtingen niet was nagekomen.
De kantonrechter verwierp het verwijt van slecht huurderschap, mede vanwege een vaststellingsovereenkomst waarin partijen finale kwijting hadden verleend. De vordering tot beëindiging werd daarom uitsluitend toegewezen op de grond van dringend eigen gebruik. De ontruiming werd wel toegewezen, maar niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het verzet van de huurder was daarom gedeeltelijk gegrond.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt beëindigd wegens dringend eigen gebruik, maar ontruiming wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.