ECLI:NL:RBALK:2008:BD1626
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst en ontruiming wegens dringend eigen gebruik door verhuurder
De zaak betreft een vordering van verhuurders, beiden sinds 1970 eigenaar en bewoner van een woning met een zelfstandige woonruimte, tegen de huurder die deze woonruimte sinds 1998 huurt. Verhuurder vordert beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik, omdat hun dochter met kind in het gehuurde wil wonen om zorg te kunnen bieden en haar pianostudio te kunnen gebruiken.
De huurder betwist de vordering en stelt dat hij nooit heeft toegezegd te vertrekken en dat hij elders passende woonruimte kan vinden. Hij wijst ook op zijn opleiding en financiële situatie. De kantonrechter oordeelt dat verhuurder een eigen belang moet hebben bij het eigen gebruik, wat niet vereist dat zij er zelf gaan wonen, maar wel dat zij er zelf voordeel bij hebben.
Verhuurder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hun gezondheid en welzijn gebaat zijn bij het vertrek van huurder en het gebruik van het gehuurde door hun dochter. Er is passende vervangende woonruimte beschikbaar voor huurder. De belangenafweging leidt tot toewijzing van de vordering. De huurovereenkomst wordt beëindigd per 1 februari 2008 en huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen een week na onherroepelijkheid van het vonnis, met gebruiksvergoeding voor de periode daarna.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt beëindigd per 1 februari 2008 en huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen een week na onherroepelijkheid van het vonnis.