ECLI:NL:RBALK:2008:BC8333
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van der Perk
- T.H. Bosma
- F.A. Egter van Wissekerke
- Rechtspraak.nl
Berekening en vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel uit heroïnehandel
De rechtbank Alkmaar behandelde op 10 maart 2008 een ontnemingsvordering tegen verdachte wegens handel in heroïne in de periode van 1 januari 2002 tot en met 11 januari 2005. Het openbaar ministerie vorderde aanvankelijk een bedrag van €118.900,00, gebaseerd op een uitgebreide berekening van de opbrengsten uit de drugshandel.
Verdachte en zijn raadsman voerden verweer, stellende dat verdachte samen met een ander handelde en dat de omvang van het voordeel per dader afzonderlijk moest worden vastgesteld. Daarnaast werd aangevoerd dat de berekening van het OM niet aannemelijk was vanwege onduidelijkheden over de periode, hoeveelheden en verkoopprijzen.
De rechtbank nam verklaringen van getuigen en verdachte zelf mee in haar beoordeling en concludeerde dat de periode waarop de vordering betrekking had feitelijk beperkt was tot 52 weken in plaats van 146 weken zoals door het OM gesteld. Ook achtte de rechtbank de schatting van het OM niet redelijk vanwege gebrekkige onderbouwing en onduidelijkheden over de mate van samenwerking en winstverdeling.
Uiteindelijk stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €60.660,00, rekening houdend met de aanwezige voorraad heroïne, beloningen in natura en kosten. De hogere vordering van het OM werd afgewezen. Verdachte werd verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen. De rechtbank oordeelde dat verdachte, ondanks zijn verslavingsproblematiek en beperkte draagkracht, in staat is tot betaling.
Uitkomst: De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €60.660,00 en veroordeelt verdachte tot betaling aan de Staat.