ECLI:NL:RBALK:2007:BB7266
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot herroeping ontbindingsbeschikking arbeidsovereenkomst afgewezen wegens ontbreken bedrog
Werknemer, sinds 1 oktober 2001 in dienst bij de maatschap van werkgeefster en later bij werkgeefster zelf, verzocht de ontbindingsbeschikking van zijn arbeidsovereenkomst te herroepen. Hij stelde dat werkgeefster bedrog had gepleegd in de ontbindingsprocedure, mede gebaseerd op een oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) dat werkgeefster verboden onderscheid op grond van leeftijd had gemaakt.
De rechtbank stelde vast dat hoewel de CGB oordeelde dat werkgeefster verboden onderscheid had gemaakt, dit niet automatisch betekende dat er sprake was van bedrog in de ontbindingsprocedure. Tevens ontbrak bewijs dat werkgeefster relevante informatie had achtergehouden of dat werknemer stukken van beslissende aard pas later had ontvangen door toedoen van werkgeefster.
De rechtbank overwoog dat het oordeel van de CGB geen aanleiding gaf tot herroeping van de ontbindingsbeschikking. Ook werd het verzoek tot herroeping voor zover gericht tegen de maatschap van werkgeefster ingetrokken. De kantonrechter verklaarde het verzoek van werknemer niet-ontvankelijk en veroordeelde hem in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot herroeping ontbindingsbeschikking wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van bedrog.