ECLI:NL:RBALK:2007:BB5256
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor tewerkstelling zonder vergunning op grond van de Wet arbeid vreemdelingen
Eiseres, een vennootschap onder firma, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd door de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens het zonder tewerkstellingsvergunning laten verrichten van arbeid door een werknemer van Poolse nationaliteit. Het bezwaar van eiseres werd ongegrond verklaard, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat eiseres als werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) moest worden aangemerkt, ondanks haar stelling dat de werknemer vanaf 1 januari 2005 vennoot zou zijn. De oprichtingsakte van de vennootschap was pas op 2 december 2005 ondertekend, en de controle vond plaats op 1 maart 2005. De werkzaamheden van de werknemer werden als feitelijke arbeid beschouwd, waarvoor geen tewerkstellingsvergunning aanwezig was.
De rechtbank verwierp het verweer dat een poging was gedaan om een vergunning te verkrijgen, omdat dit pas na de controle plaatsvond en niet duidelijk was welke vragen waren gesteld. Tevens werd het beroep op het legaliteitsbeginsel verworpen, mede gelet op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Gelet op de beleidsregels en de wettelijke bepalingen zag de rechtbank geen reden om de opgelegde boete van €8.000 te verminderen of te vernietigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de bestuurlijke boete van €8.000 wegens het zonder vergunning laten verrichten van arbeid.