ECLI:NL:RBALK:2007:BB5173
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. de Klerk
- N.O.P. Roché
- S.N. Schipper
- Rechtspraak.nl
Verlof tot tenuitvoerlegging Britse gevangenisstraf en ontnemingsvordering in Nederland
De Rechtbank Alkmaar behandelde het verzoek tot verlening van verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van twee onherroepelijke rechterlijke beslissingen uit Groot-Brittannië: een gevangenisstraf van 16 jaar wegens invoer van cocaïne en cannabis, en een vervangende vrijheidsontneming van 730 dagen wegens niet-betaling van een ontnemingsbedrag van £97.446,94 (€144.451,45).
De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde de Nederlandse nationaliteit bezit en dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vordering. De overgelegde stukken voldeden aan de voorwaarden van het toepasselijke verdrag inzake overbrenging van gevonniste personen tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Zowel de gevangenisstraf als de vervangende vrijheidsontneming werden in beginsel toelaatbaar geacht.
De rechtbank kwalificeerde de feiten naar Nederlands recht als opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en hield rekening met de ernst van de feiten, de omstandigheden en de persoon van de veroordeelde. De opgelegde strafmaat werd vastgesteld op acht jaar gevangenisstraf, rekening houdend met de Nederlandse strafpraktijk en de zwaardere beoordeling in Groot-Brittannië.
Ten aanzien van de vervangende vrijheidsontneming oordeelde de rechtbank dat deze sanctie niet verenigbaar is met het Nederlandse recht, dat sinds 1 september 2003 geen vervangende vrijheidsontneming kent, maar wel de mogelijkheid tot lijfsdwang. Daarom werd de veroordeelde verplicht tot betaling van het ontnemingsbedrag van €144.451,45, waarna de tenuitvoerlegging kan plaatsvinden volgens de Nederlandse wettelijke procedures.
De rechtbank verleende het verlof tot tenuitvoerlegging van beide beslissingen, legde de straf en betalingsverplichting op, en bepaalde dat de tijd die de veroordeelde in Engeland en Nederland in detentie heeft doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de straf.
Uitkomst: Verlof verleend tot tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van 8 jaar en een betalingsverplichting van €144.451,45, waarbij vervangende vrijheidsontneming wordt vervangen door Nederlandse lijfsdwang.