ECLI:NL:RBALK:2007:BB2351
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontruimingsvordering op grond van huur van korte duur en toewijzing proceskosten
De zaak betreft een huurgeschil tussen een hotelexploitant en een huurder van een hotelappartement. De huurovereenkomst was aanvankelijk voor drie maanden gesloten, maar de huurder bleef het appartement bewonen na afloop van deze termijn met instemming van de verhuurder.
De verhuurder vorderde ontruiming met een beroep op artikel 7:232 lid 2 BW Pro, dat geldt voor huur van korte duur. De kantonrechter oordeelde dat deze uitzondering terughoudend moet worden toegepast en dat de huurovereenkomst feitelijk voor onbepaalde tijd is voortgezet. Het beroep op huurdersbescherming is daarom van toepassing.
De verhuurder stelde ook dat het beroep op huurdersbescherming onaanvaardbaar was op grond van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW Pro), maar dit werd verworpen omdat de huurder aannemelijk had gemaakt dat hij het appartement wilde blijven bewonen totdat zijn nieuwe woning gereed zou zijn.
De vordering tot ontruiming werd afgewezen en de verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten. De reconventionele vordering van de verhuurder tot nakoming van kooprechten werd verwezen naar een latere zitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen en de verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.