ECLI:NL:RBALK:2007:BA4638
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde na bezwaar en toepassing artikel 26a Wet WOZ
Eiser betwist de WOZ-waarde van zijn woning die door verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Hoorn, is vastgesteld op €210.000,- na een gedeeltelijk gegrond verklaard bezwaar. De waarde is bepaald op basis van vergelijkingsmethoden met referentiewoningen en rekening houdend met verschillen zoals aanbouwen en perceelgrootte.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de waardebepaling zorgvuldig en volgens de wettelijke voorschriften heeft uitgevoerd en dat de gebruikte referentiewoningen passend zijn. Hoewel verweerder pas ter zitting een aangepaste onderbouwing gaf, leidt dit niet tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar.
Op grond van artikel 26a Wet WOZ wordt een vastgestelde waarde geacht juist te zijn indien de werkelijke waarde niet meer dan €10.000,- afwijkt. De rechtbank concludeert dat de vastgestelde waarde binnen deze marge valt en verklaart het beroep ongegrond.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het betoog van eiser over een lagere waarde van de buurwoning geen aanleiding geeft tot ongerechtvaardigde ongelijke behandeling, omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €210.000,- wordt ongegrond verklaard.