ECLI:NL:RBALK:2007:AZ9958
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. de Klerk
- T.H. Bosma
- G.W.A. Lamsvelt
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke handel in niet-geregistreerde diergeneesmiddelen
De rechtbank Alkmaar heeft verdachte, bestuurder van [B.V.1] en [B.V.2], veroordeeld voor het opzettelijk voorhanden hebben en afleveren van diergeneesmiddelen die niet in Nederland waren geregistreerd. Dit gebeurde in de periode van 1 januari 2003 tot en met 27 juli 2004, waarbij de middelen vanuit het magazijn van [B.V.1] werden geleverd aan Nederlandse dierenartsen, terwijl de administratieve afhandeling via het Luxemburgse zusterbedrijf [B.V.2] liep.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder schending van het recht op een eerlijk proces door late verstrekking van processtukken, dwaling omtrent feiten en recht, afwezigheid van alle schuld (AVAS) en overmacht. De rechtbank verwierp deze verweren, onder meer omdat verdachte wist dat de middelen niet geregistreerd waren en dat de leveringen in strijd waren met de vergunningvoorwaarden en de Diergeneesmiddelenwet.
De rechtbank benadrukte het belang van de Diergeneesmiddelenwet voor de volksgezondheid en stelde vast dat verdachte een risicovolle situatie heeft gecreëerd door niet-geregistreerde middelen aan Nederlandse dierenartsen te leveren zonder zekerheid dat deze niet in consumptiedieren terecht zouden komen. Verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 240 uur.
De procedure kende een complex verloop met een doorzoeking in het kader van een Belgisch rechtshulpverzoek, gevolgd door een strafrechtelijk onderzoek. De rechtbank oordeelde dat de opsporingsbevoegdheden en het procesrecht niet zodanig waren geschonden dat niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie gerechtvaardigd was.
De uitspraak weerspiegelt de afweging tussen de noodzaak van naleving van strenge regelgeving op het gebied van diergeneesmiddelen en de omstandigheden waaronder verdachte handelde, waaronder de marktsituatie en de behoefte van dierenartsen aan bepaalde middelen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een taakstraf van 240 uur wegens opzettelijke handel in niet-geregistreerde diergeneesmiddelen.