ECLI:NL:RBALK:2006:AZ5604
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.M. Jongkind-Jonker
- L.J. Saarloos
- M.E. Allegro
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring inbrengovereenkomst wegens schending gemeentelijk voorkeursrecht
De gemeente Heerhugowaard verzocht de rechtbank de inbrengovereenkomst van 24 december 2002 tussen [verweerder sub 1] en Jokom nietig te verklaren op grond van artikel 26 Wvg Pro, omdat deze overeenkomst het gemeentelijk voorkeursrecht schendt. De inbrengovereenkomst werd gezien als een samenwerkingsovereenkomst die feitelijk neerkomt op vervreemding van grond waarop de gemeente een voorkeursrecht heeft.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente ontvankelijk was in haar verzoek, ondanks betwisting door [verweerders c.s.] over de tijdigheid van indiening. De rechtbank stelde vast dat de inbrengovereenkomst pas in 2006 aan de gemeente bekend werd, waardoor het verzoek tijdig was ingediend.
Verder werd geoordeeld dat de tweede koopoptieovereenkomst van 2001 geen voortzetting was van de eerste uit 1997, waardoor deze niet onder de vrijstellingsregeling van de Wvg viel. De rechtbank verwierp het verweer dat de gemeente op de hoogte was van de rechten van Jokom en dat de gemeente had afgezien van aankoop van de grond.
De rechtbank concludeerde dat de inbrengovereenkomst de beschikkingsmacht en het economisch belang bij de grond in zeer grote mate overdraagt aan Jokom, waardoor deze materieel gelijkstaat aan vervreemding. Dit heeft de kennelijke strekking het voorkeursrecht van de gemeente te omzeilen. Daarom werd de inbrengovereenkomst nietig verklaard en werden [verweerders c.s.] veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de inbrengovereenkomst nietig wegens schending van het gemeentelijk voorkeursrecht.