ECLI:NL:RBALK:2006:AZ4419
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.F.B. van Zutphen
- R.M. Steinhaus
- B.N. Schipper
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens exploitatie kinderpornografische websites
De rechtbank Alkmaar behandelde op 13 december 2006 de ontnemingsvordering van het Openbaar Ministerie tegen verdachte, die eerder was veroordeeld voor het exploiteren van websites met kinderpornografisch materiaal.
De procedure kende vertragingen, onder meer door schorsingen in afwachting van hoger beroep van medeverdachten en verzoeken tot nader onderzoek. Ondanks de langdurige duur oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, maar matigde het ontnemingsbedrag met 20% vanwege het gebrek aan voortvarendheid.
De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €21.764, gebaseerd op de netto opbrengsten van drie websites, verminderd met kosten. Verdachte werd verplicht €17.412 aan de Staat te betalen. Het verweer van verdachte, onder meer over de hoogte van het bedrag en de aard van de afbeeldingen, werd grotendeels verworpen. De rechtbank oordeelde dat ook poserende kinderen onder het begrip seksuele gedraging kunnen vallen.
De uitspraak bevatte tevens een uitgebreide motivering over de ontvankelijkheid van het OM, de redelijke termijn, en de wijze van berekening van het voordeel. Het beslag op bankrekeningen van verdachte werd niet opgeheven door de rechtbank, aangezien dit een aparte procedure vereist.
Uitkomst: Verdachte is verplicht €17.412 te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit exploitatie van kinderpornografische websites.