ECLI:NL:RBALK:2006:AY9752

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
15 september 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
140594
Instantie
Rechtbank Alkmaar
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wet BOPZArt. 9 Wet BOPZArt. 14a Wet BOPZArt. 14c Wet BOPZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning nieuwe voorwaardelijke machtiging op grond van Wet BOPZ voor betrokkene met schizofrenie

De rechtbank Alkmaar behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een nieuwe voorwaardelijke machtiging voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie van het gedesorganiseerde type. Betrokkene was niet verschenen op twee zittingen, ondanks kennis van de data. De rechtbank baseerde zich op overgelegde stukken, verhoren en inlichtingen, en stelde vast dat betrokkene gevaar voor zichzelf vormt, waaronder suïciderisico en ernstige zelfverwaarlozing.

Hoewel betrokkene het behandelingsplan niet had ondertekend, werd vastgesteld dat dit plan na overleg met hem was opgesteld en dat hij de daarin opgenomen voorwaarden momenteel naleeft. De behandelaar gaf aan dat betrokkene de voorwaarden waarschijnlijk zal blijven naleven indien een nieuwe voorwaardelijke machtiging wordt verleend, maar zal stoppen zonder deze machtiging.

De rechtbank anticipeerde op een wetsvoorstel dat de regeling van de voorwaardelijke machtiging zou verruimen en oordeelde dat aan de toekomstige wettelijke criteria werd voldaan. Op basis hiervan werd het verzoek toegewezen en een nieuwe voorwaardelijke machtiging verleend voor de periode van 15 september 2006 tot 15 september 2007, onder de voorwaarden van het behandelingsplan.

De rechtbank hield rekening met de artikelen 8, 9, 14a en 14c van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ). Tijdens de zitting waren aanwezig de advocaat van betrokkene, de psychiater en de case-manager. Betrokkene gebruikt medicatie volgens voorschrift, accepteert hulp van GGZ, case manager, ambulante woonbegeleiding en thuiszorg, en laat deze hulpverleners toe in zijn woning.

Uitkomst: De rechtbank verleent een nieuwe voorwaardelijke machtiging voor 12 maanden onder voorwaarden van het behandelingsplan.

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR
Sector civiel recht
Kenmerk: 140594
Datum beschikking: 15 september 2006
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken
NIEUWE VOORWAARDELIJKE MACHTIGING
betreffende:
naam [naam betrokkene]
geboortedatum en -plaats [geboortedatum en –plaats]
adres en woonplaats [adres en woonplaats]
Verloop van de procedure
Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken, waarvan de inhoud hier als ingelast geldt;
* het verzoek van de officier van justitie d.d. 22 augustus 2006 tot het verlenen van een voorwaardelijke machtiging;
* de op 18 augustus 2006 ondertekende en met redenen omklede verklaring van
[naam psychiater], psychiater als bedoeld in artikel 14a lid 4 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ);
* het behandelingsplan als bedoeld in artikel 14a lid 5 van de Wet BOPZ;
* het proces-verbaal van de zitting 7 september 2006.
Gehoord zijn
De advocaat van betrokkene, mr. M.R. Ploeger, [naam psychiater], alsmede {naam case-manager]).
Verder aanwezig is [naam stagiaire].
De behandeling van de zaak
Ook een tweede poging van de rechtbank om betrokkene naar aanleiding van het ingediende verzoek te horen, is mislukt. Nadat betrokkene niet was verschenen op de eerste zitting (terwijl betrokkene volgens zijn behandelaar wel op de hoogte was van de datum en tijdstip van de zitting), is een oproep voor een tweede zitting aangetekend aan hem verzonden. De behandelaar verklaarde dat betrokkene ook van de datum en tijdstip van deze zitting op de hoogte was. Desondanks was betrokkene -wederom- niet aanwezig op bedoeld tijdstip.
De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de door haar gehouden verhoren en verkregen inlichtingen tot de overtuiging gekomen dat betrokkene door een stoornis van de geestvermogens, te weten schizofrenie van het gedesorganiseerde type, gevaar veroorzaakt voor zichzelf, namelijk het gevaar dat hij zich van het leven berooft of zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt, dat hij maatschappelijk ten onder gaat en het gevaar dat hij zichzelf ernstig verwaarloost. Het gevaar kan echter buiten een psychiatrisch ziekenhuis worden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden.
Het overgelegde behandelingsplan bevat de volgende voorwaarden:
- betrokkene gebruikt de medicatie volgens voorschrift,
- betrokkene accepteert hulp gegeven vanuit de GGZ, case manager en ambulante woonbegeleider en van de thuiszorg
- betrokkene laat bedoelde hulpverleners toe in zijn woning.
In het onderhavige geval heeft betrokkene het behandelingsplan echter niet ondertekend, terwijl evenmin van zijn instemming met de voorwaarden is gebleken.
Op 17 maart 2006 is onder nummer 30492 bij de tweede kamer een wetsvoorstel ingediend. Dat wetsvoorstel beoogt onder meer om tegemoet te komen aan wensen en verzoeken uit de praktijk om de wettelijke regeling met betrekking tot de voorwaardelijke machtiging te verruimen. Uit de parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel is inmiddels gebleken dat dit onderdeel van het voorstel in de tweede kamer breed ondersteund wordt (kamerstuk 30492, nr. 6). De rechtbank is daarom van oordeel dat reeds nu - bij wijze van anticipatie - op de inhoud van het wetsvoorstel kan worden vooruitgelopen.
In het onderhavige geval is het behandelingsplan weliswaar niet door de betrokkene ondertekend, maar het is wel na overleg met hem opgesteld. De in het plan opgenomen voorwaarden worden thans ook door betrokkene nageleefd, zo verklaarde de behandelaar ter zitting. De behandelaar heeft eveneens verklaard dat zijn vaste overtuiging is dat betrokkene ook in de komende periode de gestelde voorwaarden zal naleven, maar tevens dat betrokkene daarmee zal stoppen, indien geen nieuwe voorwaardelijke machtiging wordt verleend. Onder deze omstandigheden is (ook) de rechtbank van oordeel dat redelijkerwijs is aan te nemen dat betrokkene de in het behandelingsplan gestelde voorwaarden zal naleven.
Daarmee is voldaan aan de criteria van de wet, zoals deze na de hiervoor bedoelde voorgestelde wijziging, zal luiden. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
De rechtbank heeft de artikelen 8, 9, 14a en 14c van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen in acht genomen.
Beslissing
De rechtbank
Verleent een nieuwe voorwaardelijke machtiging met betrekking tot betrokkene voor de duur van 12 maanden, ingaande 15 september 2006 tot 15 september 2007, onder de voorwaarden overeenkomstig het overgelegde behandelingsplan.
Deze beschikking is gegeven te Den Helder op 15 september 2006 door mr. L.J. Saarloos, rechter van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken in bovengenoemde rechtbank, in tegenwoordigheid van E.B.B.M. van Linden als griffier.