ECLI:NL:RBALK:2006:AY5971

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
9 augustus 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
88958/HA ZA 06-599
Instantie
Rechtbank Alkmaar
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 RvArt. 53 RvArt. 111 RvArt. 121 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid dagvaarding wegens strijdige betekening aan erfgenamen na wettelijke termijn

Eiseres heeft een dagvaarding uitgebracht aan de gezamenlijke erfgenamen van een overledene, waarbij de betekening van het exploot aan één erfgenaam plaatsvond op 21 juni 2006. Dit was ruim twee jaar na het overlijden van de erflater op 11 mei 2004, terwijl artikel 53 Rv Pro vereist dat betekening binnen één jaar na overlijden moet plaatsvinden.

Daarnaast heeft eiseres nagelaten de vereiste aankondiging van het exploot in een landelijk of streekdagblad te doen, ondanks dat dit in de dagvaarding was vermeld. Gedaagden zijn niet verschenen, vermoedelijk doordat zij niet tijdig op de hoogte waren gebracht door het niet-naleven van de wettelijke termijnen en formaliteiten.

De rechtbank oordeelt dat het eerste gebrek – de te late betekening – niet kan worden hersteld en verklaart de dagvaarding nietig op grond van de artikelen 45, 53, 111 en 121 Rv. Het tweede gebrek, het nalaten van de aankondiging, doet hieraan niet af. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot.

Uitkomst: De dagvaarding wordt nietig verklaard wegens strijdige betekening na wettelijke termijn en het gevraagde verstek wordt geweigerd.

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR
Sector civiel recht
zaak- en rolnummer: 88958/HAZA 06-599
datum: 9 augustus 2006
Vonnis van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken
in de zaak van:
de onderlinge waarborgmaatschappij ONDERLINGE
VERZEKERING MAATSCHAPPIJ UNIVE ZORGVERZEKERAAR U.A.,
gevestigd te Alkmaar,
EISERES bij dagvaarding van 21 juni 2006,
procureur mr. G. Kramer,
advocaat mr. R. Dijkema te Hilversum,
tegen:
de gezamenlijke erfgenamen van [naam 1],
laatstelijk gewoond hebbende te Heerhugowaard, overleden op 11 mei 2004,
GEDAAGDEN,
n i e t v e r s c h e n e n .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken.
1. HET VERLOOP VAN HET GEDING
Eiseres heeft gesteld en gevorderd als vermeld in de aan dit vonnis in fotokopie gehechte en als hier ingelast geldende dagvaarding.
2. DE BEHANDELING VAN DE ZAAK
Artikel 53 aanhef Pro en onder c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) bepaalt - voorzover hier van belang - dat bij een betekening van een exploot aan de gezamenlijke erfgenamen van een overledene, vermelding van hun namen en woonplaatsen achterwege kan blijven indien deze geschiedt aan de persoon of de woonplaats van een van de erfgenamen, mits binnen een jaar na het overlijden, in welk geval het exploot tevens moet worden aangekondigd in een landelijk dagblad of een dagblad verschijnend in de streek waar de laatste woonplaats van de overledene was.
De dagvaarding in deze zaak is overeenkomstig het bepaalde in voornoemd artikel betekend aan een van de erfgenamen, te weten aan de heer [naam 2] in persoon. Deze betekening van het exploot heeft evenwel plaatsgevonden op 21 juni 2006, derhalve ruim twee jaar na de datum van het overlijden van de erflater (11 mei 2004).
Bovendien heeft eiseres blijkens een brief van haar procureur d.d. 31 juli 2006 verzuimd de aankondiging van het exploot overeenkomstig artikel 53 Rv Pro te doen in een dagblad, hoewel in de dagvaarding was vermeld dat deze aankondiging zou geschieden in het Noordhollands Dagblad.
Voor de gedaagde partij is niemand verschenen.
De rechtbank oordeelt het aannemelijk dat gedaagden ten gevolge van eerstgenoemd gebrek niet zijn verschenen: in het algemeen zal het immers na verloop van de in artikel 53 Rv Pro genoemde termijn van één jaar minder waarschijnlijk zijn dat een aan één der erven betekend exploot ook de (eventuele) andere erfgenamen bereikt.
Gesteld noch gebleken is voorts wie de (eventuele) andere erfgenamen zijn.
Op grond van het voorgaande leent het eerste gebrek zich niet voor herstel. Om die reden zal de rechtbank de dagvaarding op grond van de artikelen 45 jo 53 jo 111 jo 121 Rv nietig verklaren.
Dat het tweede gebrek wel hersteld zou kunnen worden doet aan voorgaand oordeel niet af.
Het gevraagde verstek zal worden geweigerd en eiseres zal in de proceskosten worden veroordeeld.
3. DE BESLISSING
De rechtbank:
Weigert het gevraagde verstek.
Verklaart de dagvaarding nietig.
Verwijst eiseres in de kosten van dit geding tot op deze uitspraak aan de zijde van gedaagde begroot op nihil aan verschotten en nihil aan salaris procureur.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. C.W.T. Vriezen en uitgesproken bij vervroeging ter openbare terechtzitting van woensdag 9 augustus 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.